<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Sociologie van Kunst en Cultuur</title>
    <link>https://thesis.eur.nl/col/4284/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <item>
      <title>De M-generatie</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4312/</link>
      <pubDate>Wed, 28 Mar 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Kooijman, L.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van kunst en cultuurWat is de virtuele belevenis van de M-generatie en in hoeverre kan het vak CKV hier op inspelen?&#13;
In het onderzoek zullen een aantal deelvragen aan de orde komen:&#13;
• Wat is de M-generatie? (Hoe komen generaties tot stand?)&#13;
• Hoe wordt cultuureducatie in Nederland vormgegeven?&#13;
• Wat is de relatie tussen jongeren en het Internet?&#13;
• Hoe ver is Nederland op het gebied van digitale cultuureducatie?&#13;
• Wat doet CKV of wat kan CKV doen om het huidige onderwijs te verbeteren door het gebruik van digitaal onderwijs?</description>
    </item>
    <item>
      <title>Reconstructies: ankers in tijd en ruimte of schandalige nostalgie?</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4310/</link>
      <pubDate>Thu, 31 May 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Mesman, M.E.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van de kunst en cultuur</description>
    </item>
    <item>
      <title>“Neerlands twaalfde provincie” tot “een volwaardig rijksdeel”</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4293/</link>
      <pubDate>Thu, 28 Jun 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Menzel, F.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van kunst en cultuurDe periode 1940-1954 kunnen we voor Suriname typeren als een overgangsfase, waarin de koloniale heerschappij plaatsmaakt voor de status van autonoom rijksdeel. De auteur stelt het probleem hoe Nederlanders in Suriname in deze tijd aankeken tegen deze overgang. &#13;
Hierbij sluit hij aan bij een langere traditie van historisch onderzoek naar beeldvormingsprocessen en discours binnen een koloniale context. &#13;
De auteur kiest specifiek voor Nederlanders die enerzijds een zekere intellectuele ontwikkeling hadden, maar anderzijds niet tot de (mens)wetenschappers behoorden: de laatste groep is immers in andere studies uitgebreid onderzocht. &#13;
In totaal worden vier Nederlanders onderzocht: Joop Verkuyl, zendingsonderwijzer; Johan van de Walle, Hoofd Gouvernements Persdienst; Piet Bakker, journalist; en Willem van de Poll, fotograaf. Allevier de Nederlanders zijn in de periode 1940-1954 op hun eigen manier werkzaam geweest in Suriname. De gebruikte bronnen zijn oral history, dagboeken, memoires, reisverslagen en officiële rapporten. &#13;
De centrale vraagstelling richt zich op de visie van deze Nederlanders op de laatkoloniale maatschappij, en in hoeverre deze visie past binnen de opvattingen over de toekomst van Suriname. De deelvragen richten zich respectievelijk op opvattingen over de sociaaleconomische structuur, over cultuur, over politiek en op de respectievelijke toekomstvisies. &#13;
Binnen deze respectievelijke deelvragen komen de volgende thema’s aan bod: woonsituatie, landbouw, bauxiet, onderwijs, de stedelijke cultuur, de hindoestaanse cultuur, de marroncultuur- en gebruiken, de band met Nederland, Suriname en het buitenland en de perspectieven voor autonomie. &#13;
Op sociaaleconomisch gebied richt men zich sterk op de problemen in het land en oplossingen hiervoor. Oplossingen worden gezocht in economische ontwikkeling en onderwijs- en, afhankelijk van de persoon, in sociale emancipatie.&#13;
Op cultureel gebied domineert de visie op Suriname als vreedzame smeltkroes, hoewel niet zonder wrevel. De hindoestaanse cultuur wordt met interesse benaderd, en als “oosters” omschreven: hiermee vormen hindoeïstische en islamitische Hindoestanen en Javanen gezamenlijk een “oosterse” bevolkingsgroep. De marroncultuur wordt met de grootste afstand bekeken: rituelen en opvattingen van de marrons worden als significant anders gezien.&#13;
Op politiek gebied overheerst de visie dat Suriname een unieke band met Nederland heeft, maar dat autonomie op de lange termijn toch een vereiste is. &#13;
De auteur concludeert dat de vier onderzochte Nederlanders in hun discours aansloten bij gangbare discussies. Hierbij valt niet zozeer de gelijkgestemd op, maar wel de prioriteiten: er heerste een brede consensus over wat relevante onderwerpen waren. &#13;
Tegelijkertijd is er een grote variatie in opvattingen binnen deze discussies. Nederlanders die langer in Suriname verbleven, waren  in staat genuanceerdere en originelere posities in te nemen dan reizigers die er slechts enkele weken verbleven. De variatie aan opvattingen heeft ook raakvlakken met verschillen in levensovertuiging: opvattingen blijken bij nadere opvattingen opvallend gekleurd door orangistische, socialistische of evangelische stellingname.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Feit en fictie over fanfictie</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4314/</link>
      <pubDate>Sun, 01 Jul 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Hasselt, G. van&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Arts and Cultural StudiesThis Master Thesis explores the formerly unknown population of the increasingly popular amateur art of ‘fan fiction’ on the Internet. The thesis explicates the phenomenon of fan fiction, the role of the Internet and gives the first account of its consumers, their social characteristics and their cultural consumerism.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Publicity in Dance Companies in The Netherlands:</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4407/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Machteld, Thoomes&lt;/div&gt;
Master Thesis Cultural Economics and Cultural EntrepreneurshipI chose to concentrate on publicity because of the manifold uses of publicity in the cultural&#13;
sector in general. In recent years cultural institutions have been forced to concentrate more on&#13;
attracting audiences. They have to follow more business-like procedures and put more focus&#13;
on marketing.&#13;
As the cultural sector is known for its poor financial condition, the most obvious way to gain&#13;
the public’s attention is through publicity, for this is a relatively cheap way to make a product&#13;
or institution known. Because the cultural sector has amassed a lot of experience in this field by now, it seems interesting to examine how publicity works in the cultural sector. Knowing how publicity benefits the cultural sector may make it possible to develop a model in the future,&#13;
from which other sectors can benefit too.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Istanbul. De Stad en de Sultan.</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4408/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Rossum, Krista van&lt;/div&gt;
Master Thesis Sociology of Arts and CultureCensuur is overal aanwezig. Zelfs in Nederland, waar de vrijheid van meningsuiting is&#13;
verankerd in de grondwet, is censuur: in wetenschappelijke redes en in de culturele&#13;
wereld. De media registreren elk geval van censuur zorgvuldig en mengen zich in de&#13;
censuurdiscussie als vertegenwoordigers van het vrije woord. Maar elke situatie kent een&#13;
andere invalshoek en het begrip censuur wordt soms ook gebruikt voor&#13;
stemmingmakerij.&#13;
In dit onderzoek staat de tentoonstelling ‘Istanbul. De stad en de sultan’ centraal. Was er&#13;
sprake van censuur bij deze tentoonstelling of is de kwestie opgeblazen door de media?&#13;
Tijdens het schrijven van dit onderzoek zijn er meerdere censuurschandalen naar buiten&#13;
gekomen. In december 2007 heeft het Haagse Gemeentemuseum enkele foto’s van&#13;
kunstenares Sooreh Hera geweigerd te exposeren. De foto’s toonden de islamitische&#13;
profeet als een homoseksueel, dit zou door grote groepen minderheden als beledigend&#13;
ervaren kunnen worden. In januari 2008 blokkeerde Turkije de toegang tot de&#13;
internetsite Youtube. Op deze site zijn filmpjes te zien waarin Atatürk, de stichter van het&#13;
moderne Turkije, vergeleken wordt met een aap.&#13;
De roep van buitenlandse overheden om censuur wordt groter. Dit komt omdat de&#13;
samenlevingen door de mondialisering steeds meer met elkaar communiceren, waardoor&#13;
gevoeligheden en tegenstellingen bloot komen te liggen. De vraag is hoe het Westen hier&#13;
in de komende jaren mee om moet gaan.&#13;
Deze problematiek heeft ook zijn weerslag op de culturele wereld. Vrijheid in de kunst is&#13;
zeer belangrijk, maar tot welke prijs? Mijn interesse gaat uit naar de factoren die bij de&#13;
tentoonstelling ‘Istanbul. De stad en de sultan’ invloed hadden op het beslissingsproces&#13;
waarin de afweging voor censuur gemaakt werd.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Ontwikkelingen in de belangstelling voor musea</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4409/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Wegerif, Anne&lt;/div&gt;
Master Thesis Sociology of History and ArtsAl in de jaren ’60 van de vorige eeuw hebben diverse auteurs zich bezig gehouden met&#13;
onderzoek naar de cultuurdeelname. De overheid stimuleert het deelhebben aan&#13;
cultuuruitingen onder brede lagen van de bevolking. Inzicht in de factoren die het&#13;
cultuurbereik verklaren, kan bijdragen aan een gericht beleid om het cultuurbereik te&#13;
vergroten.&#13;
In het voorliggende onderzoeksverslag wordt de vraag aan de orde gesteld hoe de trends&#13;
en ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de bezoekersaantallen en in het bereik&#13;
van de musea onder de Nederlandse bevolking in de periode 1950 tot en met 2005&#13;
kunnen worden verklaard. Tevens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het&#13;
overheidsbeleid heeft bijgedragen aan het stimuleren van de bezoekersaantallen en aan&#13;
het vergroten van het bereik onder de Nederlandse bevolking.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Reputatievorming van de Young British Artists in de periode 1985-2000</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4305/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Verschoor, I.E.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van de Kunst en CultuurTot aan de jaren negentig van de vorige eeuw vonden er weinig vernieuwende ontwikkelingen plaats binnen de Engelse kunstwereld. Totdat in 1988 een onbekende kunstenaarsgroep de tentoonstelling Freeze opende in Londen. De kunstcritici waren enthousiast en noemden de kunstenaars toonaangevend.&#13;
In 1992 gaf kunsthandelaar Charles Saatchi de groep de naam Young British Artists en hetzelfde jaar braken de kunstenaars door bij het brede publiek. Ook stelde Saatchi expositieruimten en een ruim budget ter beschikking.&#13;
De Young British Artist, afgekort YBA, hebben in de jaren daarna hun status vast weten te houden en speelden op de kunstmarkt een dominante rol. In de media wordt ook wel gesproken over het ‘Saatchi-effect’. Saatchi heeft zoveel werken opgekocht dat de kunstmarkt uit evenwicht raakte. Critici, maar ook sommige YBA-leden, vinden dat hij zichzelf een monopoliepositie heeft toegeëigend. Hiermee wordt onder andere gesuggereerd dat Saatchi alles tot kunst kan maken, zolang hij het maar opkoopt. Voor de YBA zou dit inhouden dat hun roem dus niet gebaseerd is op kunstinhoudelijke criteria, maar dat het economische gedrag van de verzamelaar de oorzaak is.&#13;
Hier ligt een interessante onderzoeksvraag aan ten grondslag:&#13;
Welke invloed heeft Charles Saatchi gehad op de reputatievorming van de Young British Artists? Met andere woorden: was hij verantwoordelijk voor hun doorbraak?&#13;
Voor dit onderzoek zijn de loopbanen van honderd kunstenaars geanalyseerd, die in de periode 1985-2000 hebben geëxposeerd bij de Saatchi-Gallery of bij een andere tentoonstelling door Saatchi georganiseerd. Hieronder bevinden zich de YBA, maar ook kunstenaars met een andere achtergrond.&#13;
Getoetst is of deze kunstenaars pas succesvol worden zodra ze worden opgekocht door Charles Saatchi. Om dit aan te tonen zijn drie indicaties voor succes geformuleerd, namelijk: deelnemen aan een biënnale in Venetië, Sao Paulo of Istanbul, het winnen van een prestigieuze prijs en exposeren bij een toonaangevend museum.&#13;
Uit de resultaten is naar voren gekomen dat de beweringen over Saatchi’s monopoliepositie deels waar en deels onwaar zijn. Het merendeel van de kunstenaars genoot al succes voordat ze door de handelaar werden opgekocht; zijn invloed op de carrières van deze groep kunstenaars zal gering zijn geweest. Voor de leden van de YBA geldt een ander verhaal. De meeste YBA-kunstenaars hadden geen enkele vorm van succes, totdat Saatchi zijn steun aanbood. Acht YBA-kunstenaars breken zelfs volledig door, in die zin dat ze aan alle kenmerken van doorbraak voldoen. Het geval van Damien Hirst is het meest bekend.&#13;
De Young British Artists waren na hun tentoonstelling Freeze in 1988 al bekend bij de kunstcritici, maar nog niet bij het grote publiek. Saatchi ontdekte hiermee een gat in de markt en profileerde de YBA als the next best thing. In feite heeft hij de groep als product op de kunstmarkt gezet en in zakelijk opzicht was dit een geniale slag.&#13;
Het valt in sociologisch opzicht te betwijfelen of één man de hele kunstwereld naar zijn hand kan zetten, aangezien op een bepaald punt meerdere factoren een rol moeten gaan spelen, maar het economisch gedrag van Saatchi had wel een katalyserende werking op het succes van de YBA. Binnen vijf jaar doorbreken en dat vóór het vijfentwintigste levensjaar is een zeldzaam verschijnsel in de beeldende kunst. Zonder het zakelijke inzicht van Saatchi hadden de loopbanen van Damien Hirst en Sam Taylor-Wood er waarschijnlijk heel anders uit gezien.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Docent Kunsteducatie in de schijnwerpers</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4299/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Sibelo, T. M.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Sciences: Sociologie van de Kunst en CultuurHet doel van dit onderzoek is om de overeenkomsten en verschillen in de werkwijze tussen de&#13;
docenten kunsteducatie in het VMBO en VWO te zien in de context van hun professionele houding.&#13;
Om een profiel te schetsen wordt gebruik gemaakt van de theorie van de Franse socioloog Pierre&#13;
Bourdieu. Het habitusbegrip van Bourdieu is hierbij het uitgangspunt voor de analyse. Hopelijk geeft dit onderzoek inzicht in het gedrag van de docenten kunsteducatie en kan deze thesis als basis dienen voor verder onderzoek naar de docent kunsteducatie in het voortgezet onderwijs.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Particuliere monumentenzorg in Enkhuizen;</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4302/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Doodkorte, S.T.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van de Kunst en CultuurHet particuliere initiatief voor monumentenzorg kreeg in de historische stad Enkhuizen vorm in de vereniging Oud Enkhuizen die in 1945 werd opgericht. De thesis probeert antwoord te geven op de vraag in welke mate er sprake is van inkapseling van vereniging Oud Enkhuizen door de gemeente Enkhuizen als gevolg van veranderingen in het monumentenbeleid in Nederland in de periode 1945-2005. De vraagstelling is gebaseerd op theorieën van Susanne Hietbrink en Ton Bevers. Susanne Hietbrink waarschuwde voor een gevaar van inkapseling door de invoering van de Monumentenwet van 1989 die de hoofdverantwoording voor het monumentenbeleid bij de gemeente legde. Ton legde de nadruk op de dubbelfuncties van de bestuursleden van vereniging OE, die een negatieve invloed zouden hebben op hun taak als oppositiepartij.&#13;
Van 1945 tot 1978 was er nog nauwelijks sprake van monumentenbeleid vanuit de gemeente. Er was dus geen sprake van inkapseling. Na de jaren zeventig nam de bewustwording van de gemeente in grote mate toe, maar de taken van de vereniging op het gebied van monumentenbescherming werden nog niet dermate overgenomen dat er sprake was van inkapseling.&#13;
In een zekere mate zorgde de Monumentenwet van 1989 voor een verschuiving van taken. De omvangrijke restauraties werden in opdracht van de gemeente gesubsidieerd, hierbij bijgestaan door de Stichting Stadsherstel. De rol van de vereniging Oud Enkhuizen op gebied van restauraties werd hierdoor beperkt tot kleinere restauraties. De vereniging besloot zich daardoor te richten op andere doelstellingen, zoals educatie en archeologisch onderzoek.&#13;
Van een zekere mate van inkapseling, waar Hietbrink voor waarschuwt, kan men wel spreken wat betreft het opstellen van het monumentenbeleid. De bewustwording van de Rijksoverheid en de gemeente van deze verantwoordelijkheid was door de particuliere monumentenorganisaties gestimuleerd. Het is dus niet geheel juist om te spreken van inkapseling, maar van een doelstelling die is bereikt.&#13;
Hietbrink en Bevers publiceerden hun inkapselingsheorieën tien tot vijftien jaar geleden, respectievelijk in 1990 en 1993. Intussen is het culturele en politiek landschap veranderd en is er naast het culturele beleid van de overheid opnieuw plaats voor particuliere initiatief. De doelstellingen zijn weliswaar verschoven, maar dat is niet louter het gevolg van inkapseling. De vereniging OE vernieuwt zich in tred met de tijd.&#13;
Enerzijds gaat de inkapselingstheorie van Hietbrink en Bevers op, want de gemeente voegde zich naar de doelstellingen van de vereniging OE en ja, er was sprake van dubbelfuncties, maar anderzijds laat de geschiedenis van de vereniging Oe zien dat de vereniging met name in de jaren zeventig en tachtig zeer kritisch was ten aanzien van het gemeentelijke monumentenbeleid en initiatieven nam. Met het realiseren van de Stichting Stadsherstel en het formuleren en uitvoeren van een volwaardig monumentenbeleid door de gemeente begin jaren negentig, leek het alsof de doelstellingen van de vereniging OE waren bereikt. Het formuleren van nieuwe doelstellingen, met name op het punt van educatie en archeologisch onderzoek, voorzag de vereniging van een nieuw elan, wat blijkt uit de stormachtige groet van het aantal leden in het afgelopen decennium.</description>
    </item>
    <item>
      <title>In de ban van licht</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4292/</link>
      <pubDate>Fri, 31 Aug 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Brouwer, M.M.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van Kunst en CultuurDe centrale vraag in deze thesis is hoe komen de museale en de openbare lichtprojecten tot stand, hoe worden ze bekend en op wie zijn ze gericht? Deelvragen zijn: 1. Welke typen kunstenaars die met licht werken zijn er te onderscheiden en hoe zien ze elkaar?&#13;
2. Wat zijn de verschillen tussen autonome lichtkunst en heteronome lichtkunst wat betreft de&#13;
distributie en de receptie?</description>
    </item>
    <item>
      <title>Straight edge revenge:</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4304/</link>
      <pubDate>Thu, 25 Oct 2007 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Kasse, R.&lt;/div&gt;
Master Thesis Arts and Cultural Studies: Sociologie van de Kunst en CultuurIn deze scriptie heb ik een onderzoek gedaan naar de motivatie van jongeren bij hun keuze om&#13;
de straight edge levensstijl aan te nemen. Ik getracht deze keuze te verklaren door gebruik te&#13;
maken van de veld- en distinctietheorie van Pierre Bourdieu.&#13;
Straight edge is een subcultuur die onstaan is vanuit de punkcultuur. Een cultuur die&#13;
zoals de meeste andere subculturen ontwikkeld is naar aanleiding van een nieuwe muzikale&#13;
stroming, in dit geval punkrock. Punkrock en de punkcultuur zijn een afwijzing van de&#13;
positieve levensvisie en psychedelische rock van de hippies. Punk is precies het&#13;
tegenovergestelde, nummers zijn makkelijk te spelen, kort en snel. Punkers hebben geen&#13;
vertrouwen in de toekomst en hebben de slogan no future als motto.&#13;
Vanuit deze negatieve subcultuur heeft de veel positievere straight edgescene zich&#13;
ontwikkelt naar aanleiding van een nummer van een populaire band, waarin de zanger verteld&#13;
dat hij geen drank en drugs gebruikt. Hij zegt in dit nummer een edge te hebben op anderen&#13;
doordat hij straight leeft. Veel jongeren voelden zich aangesproken door dit nummer en&#13;
namen deze levensstijl over. Zij noemen zichzelf straight edgers en gebruiken geen alcohol,&#13;
geen drugs en geen sigaretten. Straight edge kan niet los worden gezien van de hardcore&#13;
punkscene. Een voorwaarde om straight edge te zijn is dan ook dat je onderdeel uitmaakt en&#13;
actief bent in de locale punkscene.&#13;
Straight edgers motiveren hun keuze om straight edge te worden op vier manieren. Ten&#13;
eerste willen zij zich verzetten tegen de wijze waarop er in hun directe omgeving wordt&#13;
omgegaan met alcohol. Ten tweede het eigen alcohol en drugs gebruik dat als problematisch&#13;
wordt gezien. Een derde motivatie is het willen zijn zoals hun helden uit de punkscene. Als&#13;
laatste willen zij anders zijn dan hun klasgenoten, hun ouders en de rest van de samenleving.&#13;
Zij keren zich af van de levenswijze van anderen.&#13;
Ik noem naar aanleiding van Bourdieu’s veldtheorie de hedendaagse punkscene een&#13;
veld, namelijk het punkveld. Punks hebben kennis van punkmuziek, stijl, geschiedenis en de&#13;
organisatie van hun scene. Met deze kennis strijden zij om de positie van echte of authentieke&#13;
punk, wat in dit veld de inzet is van de strijd. Deze strijd vindt plaats op concerten, de&#13;
ontmoetingsplekken van de punks, waarbij kennis van de muziek, een actieve rol in de scene&#13;
en toewijding aan de waarden van de scene de wapens zijn waarmee wordt gestreden.&#13;
In het punkveld heb ik vier doxa waargenomen waaraan een punk zich moet houden.&#13;
Ten eerste moet een echte punk houden van de punkmuziek. Ten tweede moet hij actief zijn&#13;
binnen zijn locale punkscene. Ten derde moet de punkcultuur en levenshouding&#13;
richtinggevend zijn in zijn leven, niet de dominante cultuur. Als laatste moet een echte punk&#13;
zich kleden in punkstijl. Wanneer een jongere zich houdt aan al deze regels kan hij de&#13;
gewenste positie van echte punk verkrijgen.&#13;
Nieuwkomers in een veld moeten hun plek nog veroveren. Zij moeten zich&#13;
positioneren binnen het veld. Nieuwkomers in het hardcore punkveld kunnen straight edge&#13;
gebruiken als ascetische strategie. Dit is dan zowel een ‘rites de passage’ als een aanval van&#13;
de doxa. Door strenger in de leer te zijn, meer toewijding te tonen, geven de straight edge&#13;
jongeren aan dat punk het belangrijkste is in hun leven. Daarnaast tonen zij de geschiedenis&#13;
van het veld te hebben bestudeerd en dat zij de regels van het spel onderschrijven.&#13;
In navolging van Bourdieu’s distinctietheorie stel ik dat de geschiedenis en filosofie&#13;
van het punkveld onderdeel worden van de habitus van de jongeren. De punkscene is hun&#13;
secundaire socialisatie. Straight edge jongeren bewijzen door hun levensstijl dat zij&#13;
beschikken over een hoog subcultureel kapitaal. Hierdoor worden zij onderdeel van de&#13;
dominante klasse van de punkscene. Zij gebruiken stijlkenmerken die niet zeer opvallend zijn,&#13;
maar voor kenners van de scene wel maximale distinctie opleveren. Zij lopen over het&#13;
algemeen niet met hun levensstijl te koop, al geven zij wel signalen af die voor anderen met&#13;
een hoog subcultureel kapitaal duidelijk herkenbaar zijn.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Close-up van de canon</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4788/</link>
      <pubDate>Tue, 18 Mar 2008 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Bosman, Eelke&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    <item>
      <title>Cabaret moet tegen de haren instrijken</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4497/</link>
      <pubDate>Tue, 01 Apr 2008 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Hoebink, T.J.&lt;/div&gt;
Masterthesis Historische-en Kunstwetenschappen, Sociologie van Kunst en CultuurIn het veld van het Nederlandse cabaret is er een levendige discussie gaande over wat goed of slecht cabaret is. In deze discussie nemen cabaretiers verschillende posities in en zij doen uitspraken in de media over cabaret in het algemeen en over de programma’s van hun collega’s. Het doel van deze master these is om te onderzoeken wat de verschillende posities binnen in het Nederlandse cabaret zijn en door wie deze posities worden bekleed. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van de veldtheorie van Pierre Bourdieu die stelt dat er in ieder veld van culturele productie sprake is van enkele algemene regels die de houding en gedrag van de positiebekleders kunnen verklaren. Belangrijk hierbij is dat de structuur van ieder cultureel veld wordt bepaald door de strijd tussen culturele producenten uit de autonome hoek van het veld en producenten uit de heteronome hoek van het veld. Autonoom houdt in dat de producent zich puur richt op de kunst om de kunst en commercieel succes bij een groot publiek verdacht is. Heteronoom houdt in dat inmenging van de commercie en de aandacht van een groot publiek niet verdacht is, maar juist een graadmeter voor succes. Een andere tegenstelling die de structuur van een veld bepaald is de tegenstelling tussen een hoge mate van aanzien en een lage mate van aanzien, door Bourdieu consecratie genoemd. Daarnaast stelt Bourdieu dat naast de algemene veldregels, ieder cultureel veld zijn&#13;
eigen specifieke regels heeft en dat ieder lid van een bepaald veld aan die regels dient te voldoen om in het veld te kunnen participeren. Vanuit deze theorie zal worden onderzocht welke specifieke regels van het veld van het Nederlandse cabaret ervoor zorgen dat de discussie in het cabaret óver cabaret zo levendig is. Daarnaast wordt onderzocht welke posities er precies in de discussie worden ingenomen (autonoom of heteronoom; hoge mate van consecratie of lage mate van consecratie) en door welke cabaretiers deze posities worden bekleed. De cabaretiers die hierbij worden onderzocht zijn Freek de Jonge, Youp van ’t Hek en Lebbis en Jansen en hierbij wordt er gekeken naar hun uitspraken over cabaret en over elkaar in de media. Daarop wordt van al deze cabaretiers één oudejaarsconference geanalyseerd om te zien of er ook posities uit de vorm en inhoud van deze oudejaarsconferences zijn te ontwaren. Tenslotte wordt er onderzocht of er verschillen zijn tussen de posities die in de discussie over cabaret zijn ingenomen via uitspraken in de media en de posities die aan de hand van de analyse van de oudejaarsconferences zijn vastgesteld.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Het ontstaan en de kenmerken van de Moderne Landmark</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4736/</link>
      <pubDate>Fri, 01 Aug 2008 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Sleebos, Dominique&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    <item>
      <title>Op Maat gemaakt</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4738/</link>
      <pubDate>Fri, 29 Aug 2008 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Trigt, Wendy van&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    <item>
      <title>The influence of cultural participation and socio-economic background on the school results</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4723/</link>
      <pubDate>Fri, 29 Aug 2008 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Zeekamp, Khosrow&lt;/div&gt;
Formation of culture depends on the formal as well as the informal education. Although education begins at home during the early childhood development and in the social environment, the formal education plays a pivotal role in the transmission and formation of culture. In recent years, the number of school dropouts on all educational levels and the lower educational attainments among some groups within the society have become the focus of political debate. For my master research at the department of arts and cultural studies of Erasmus university in Rotterdam, I have conducted a survey among the students at the intermediate vocational schools, vocational colleges and the university in Rotterdam. During my research, I tried to find out an answer to the following question: do the social economic background, the students’ cultural participation as well as parental cultural participation affect the students’ school results (average mark for all the subjects during their last study bloc). In my multivariate quantitative analyses, I used the data from 300 students who had fully completed and returned the survey questionnaires in which they were asked questions about their social economic backgrounds, their cultural participation as well as their parents’ cultural participation. Although prior to my research many scientists had explored similar questions at different times and different places, I was curious to find out whether their findings also apply to the students in Rotterdam 2008.  &#13;
&#13;
The results of my research led me to conclude that Pierre Bourdieu’s field of cultural production, namely his Social, Cultural and Economic capital theory applies to the students’ school results in Rotterdam 2008. Social, cultural and economic capital play a determining role in the students’ school results. Alebrt Bandura’s Social cognitive theory, in which he asserts that the social environment plays an important role in shaping human behaviour, is valid. Fathers’ education and some of the parental cultural participation practices have a positive effect on the school results of their children. Harry Ganzeboom’s cultural participation theory in which he assert that peoples’ cultural knowledge and skills from their early pedagogical environment, previous education and individual experiences, partially contribute to their abilities in processing new information, also applies to the students and their school results here in Rotterdam. Furthermore the results showed that, when we take into consideration other intervening factors such as cultural participation and social economic background of the students, gender and ethnicity do not affect the students’ school results (average mark).</description>
    </item>
    <item>
      <title>Nederland en het Europese monumentenbeleid</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4791/</link>
      <pubDate>Wed, 18 Mar 2009 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Schomaker, Maurice&lt;/div&gt;
The Netherlands and other European countries make their own heritage policy. The European Union and the Counsel of Europe can not make an overall heritage policy. The heritage policies in Europe are regulated by the European countries. There are a lot of different national heritage policies in Europe, where some countries have an intensive heritage policy and some countries do not have a policy. The Counsel of Europe and the European Union try to do something about this discrepancy. The make heritage conventions and treaties. They try to get harmonization between the European countries. This paper gives a description of the position and relation of the Dutch heritage policy compared with the heritage policy of the Counsel of Europe and the European Union. It investigates different aspects of the relation and position of the parties. The constrains of the Counsel of Europe and the European Union makes their position in making heritage policy in Europe clear.</description>
    </item>
    <item>
      <title>Onderwatererfgoed in Nederland</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4790/</link>
      <pubDate>Wed, 18 Mar 2009 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Gilsing, Janneke&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    <item>
      <title>Oorlog in Hollywood… En het filmhuis vecht terug.</title>
      <link>https://thesis.eur.nl/pub/4789/</link>
      <pubDate>Wed, 18 Mar 2009 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;Stoter, B.&lt;/div&gt;
De keuze voor dit onderwerp was snel gemaakt, vanaf het begin wist ik namelijk al dat ik&#13;
‘iets’ met de oorlog in Irak wilde doen. Dat werd dus al snel mijn aanleiding. Vervolgens&#13;
begon ik me af te vragen wat ik het interessantste medium vond. Ik koos voor film. Het&#13;
belangrijkste was om deze twee factoren zo te combineren zodat het interessant zou worden&#13;
voor onderzoek.&#13;
Mijn hoofdvragen zijn: Zijn er in Nederland meer of minder films uitgekomen sinds&#13;
het begin van de oorlog in Irak met oorlog als thema in de Hollywoodfilm en de art housefilm&#13;
ten opzichte van de periode daarvoor? Is er een inhoudelijk verschil tussen de Hollywood&#13;
oorlogsfilms en de art house oorlogsfilms wanneer we kijken naar de periode voor en de&#13;
periode na het begin van de oorlog in Irak?&#13;
Hoofdstuk 2 gaat vooral over de ontwikkeling van de filmsector. In dit hoofdstuk&#13;
bespreek ik de Hollywoodfilm en de art housefilm. Ik geef definities van de begrippen.&#13;
Tevens bespreek ik de geschiedenis van de verschillende soorten film. In het laatste deel&#13;
bespreek ik de achtergrond van mijn onderwerp. Hierin beschrijf ik de maatschappelijke en de&#13;
politieke context in de periode 1997-2007.&#13;
In hoofdstuk 3 bespreek ik verschillende theorieën over de relatie tussen film en de&#13;
maatschappij. In het eerste deel bespreek ik hoe verschillende onderzoekers deze relatie zien,&#13;
hoe zij deze onderzocht hebben, en waarom zij vinden dat deze relatie interessant is om te&#13;
onderzoeken. In het tweede deel geef ik een definitie van oorlogsfilms. In het derde deel&#13;
bespreek ik hoe verschillende onderzoekers de inhoud van verschillende films hebben&#13;
onderzocht en in hoeverre deze bevindingen gebruikt kunnen worden.&#13;
In dit onderzoek worden alle in Nederland uitgekomen oorlogsfilms kwantitatief&#13;
verwerkt om er zo achter te komen of het aantal oorlogsfilms na het begin van de oorlog in&#13;
Irak meer is geworden is in vergelijking met de periode daarvoor. De interne analyse bevat&#13;
een onderzoek naar de verschillende punten die zijn verkregen op grond van de theorie in&#13;
hoofdstuk 3. De interne analyse bestaat uit de geselecteerde films die op de verschillende&#13;
punten geanalyseerd zullen worden aan de hand van de theorie. Dit wordt gedaan aan de hand&#13;
van onderzoeksgebieden die onderverdeeld kunnen worden in negatieve en positieve&#13;
kenmerken. Ik voorspel hierbij dat de art housefilm meer negatieve kenmerken heeft dan de&#13;
Hollywoodfilm. De vier onderzoeksgebieden zijn: Thema oorlog, Handeling hoofdpersonages&#13;
m.b.t. de oorlog, Expliciete voorstelling van de oorlog en Afloop van de oorlog in de film.&#13;
Uit de externe analyse bleek dat er meer oorlogsfilms in Nederland uitgekomen zijn&#13;
sinds het begin van de oorlog in Irak. Tevens is er een verschil in de aantallen in de twee&#13;
periodes (voor en na het begin van de oorlog in 2003) indien er een uitsplitsing wordt&#13;
gemaakt tussen films die in de commerciële bioscoop zijn uitgekomen (de Hollywoodfilms)&#13;
en de films die in de filmtheaters zijn uitgekomen (de art housefilms). Het aantal art&#13;
housefilms stijgt explosief in de periode na het begin van de oorlog in Irak.&#13;
Wanneer er gekeken wordt naar het totale aantal positieve en negatieve kenmerken is&#13;
er te zien dat er niet altijd een duidelijk verschil zit tussen de periode na het begin van de&#13;
oorlog in Irak en de periode daarvoor. Wel is er duidelijk te zien dat de Hollywoodfilm veel&#13;
meer positieve kenmerken heeft dan de art housefilm. Dit geldt voor alle onderzoeksgebieden.&#13;
Om een vollediger beeld te krijgen zou er eigenlijk nog een aantal jaren gewacht&#13;
moeten worden met verder onderzoek. Het begin van de oorlog in Irak is immers maar een&#13;
aantal jaren geleden. Vooral 2005, 2006 en 2007 waren opvallende jaren wat betreft de&#13;
uitkomsten van dit onderzoek.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>
