De onderwijssectoren lopen achter op de van de wet Banenafspraak afkomstige doelstelling om in 2023 25.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te hebben gerealiseerd (Verbond Sectorwerkgevers Overheid, z.j.). Het ministerie van OCW is in haar positie politiek verantwoordelijk voor de opvolging van de banenafspraak in de onderwijssectoren en wil daarom de realisatie hiervan bevorderen. Dit blijkt een ingewikkeld proces te zijn door de decentralisatie van het onderwijs. Hierdoor is het ministerie van OCW genoodzaakt om samen te werken met de onderwijssectoren om de doelstelling van de banenafspraak te behalen. Wil het ministerie van OCW de realisatie van de banenafspraak in de onderwijssectoren bevorderen, oftewel de netwerkeffectiviteit vergroten (Provan & Kenis, 2008; Anttila & Rajala, 2008), dient het zich te focussen op de interacties tussen de verschillende actoren in het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren. In de literatuur wordt netwerkmanagement genoemd als een manier om de interacties tussen actoren aan te sturen en de uitkomst van het netwerk positief te beïnvloeden (Agranof & McGuire, 2001; Anttila & Rajala, 2008; Provan & Kenis, 2008; Klijn & Koppenjan, 2016). Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van concrete aanbevelingen voor het ministerie van OCW ten aanzien van haar netwerkmanagement door het netwerkmanagement in het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren te analyseren. De centrale onderzoeksvraag vloeit voort uit de hierboven beschreven doelstelling en luidt: Welke elementen van netwerkmanagement leiden tot bevordering van de netwerkeffectiviteit van het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren? Aan de hand van interviews en de analyse van documenten is geanalyseerd wat voor effect het netwerkmanagement op de effectiviteit van het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren heeft. In de casus van de banenafspraak met de onderwijssectoren blijken veel netwerkmanagement activiteiten te zijn ingezet. Zo blijken de activerende activiteiten een positieve invloed te hebben gehad op het aantal leden van het samenwerkingsproces van het Projectleidersoverleg. Tevens blijken de mobiliserende activiteiten zowel een positieve- als negatieve invloed te hebben gehad op de commitment aan het samenwerkingsproces. Daarnaast blijken de framende activiteiten zowel een positieve- als negatieve invloed te hebben gehad op de doelconsensus in het netwerk van de banenafspraak. Tot slot is geen verband gevonden tussen de synthetiserende activiteiten en het vertrouwen in dit netwerk. Ondanks de netwerkmanagement activiteiten blijkt het samenwerkingsproces van het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren niet goed te verlopen. Weliswaar verloopt 2 de samenwerking in het Projectleidersoverleg goed. Hier is dan ook commitment, doelconsensus en vertrouwen aanwezig. Daarentegen verloopt het samenwerkingsproces in de overheids- en onderwijssectoren minder goed. In alle sectoren blijken de commitment en de doelconsensus te ontbreken. Daarnaast blijkt in de sector primair onderwijs een gebrek aan vertrouwen te zijn. Door het niet goed lopende samenwerkingsproces blijkt de effectiviteit van het netwerk van de banenafspraak blijkt laag te zijn, aangezien alle sectoren achterlopen op de doelstelling van de banenafspraak. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat bij het samenwerkingsproces van de banenafspraak in de overheids- en onderwijssectoren sprake is van een gebrek aan commitment en doelconsensus. Er is geen bewijs gevonden dat het gebrek aan vertrouwen invloed heeft op het samenwerkingsproces in het primair- en voortgezet onderwijs. De effectiviteit van het netwerk van de banenafspraak kan dus worden bevorderd door mobiliserende- en framende netwerkactiviteiten richting de werkgevers in de overheids- en onderwijssectoren uit te voeren. Dit onderzoek bevestigt het theoretisch framewerk van Anttila & Rajala (2008) op een aantal punten, namelijk (1) de veronderstelling dat activerende netwerkmanagement activiteiten invloed hebben op het aantal netwerkleden, (2) de veronderstelling dat mobiliserende netwerkmanagement activiteiten invloed hebben op de commitment aan het samenwerkingsproces en (3) de veronderstelling dat framende netwerkmanagement activiteiten invloed hebben op de doelconsensus. Er is echter geen bewijs gevonden voor (4) de veronderstelling dat synthetiserende netwerkmanagement activiteiten invloed hebben op het vertrouwen in het netwerk. Tot slot is de veronderstelling van Anttila & Rajala (2008) dat de aanwezigheid van netwerkmanagement activiteiten genoeg is voor een effectief samenwerkingsproces, in dit onderzoek ongegrond gebleken. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de netwerkeffectiviteit van het netwerk van de banenafspraak met de onderwijssectoren, ondanks de uitgevoerde netwerkmanagement activiteiten, laag is. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat netwerkmanagement activiteiten ook een negatieve invloed kunnen hebben op het samenwerkingsproces. Het effect van netwerkmanagement activiteiten blijkt in de praktijk dan ook complexer dan het op theorie gebaseerde framewerk van deze auteurs.

Additional Metadata
Thesis Advisor Dr. P.K. Marks, Prof.dr. E.H. Klijn
Persistent URL hdl.handle.net/2105/51200
Series Public Administration
Citation
Boereboom, Jelle. (2020, January 31). Netwerkmanagement de sleutel tot succes?. Public Administration. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/51200