Betje Wolff en Aagje Deken leefden in een onrustige en onstuimige tijd aan het einde van de achttiende eeuw. De Republiek was door de oorlog met Engeland in een economische malaise beland en velen uit de werkende stand waren werkloos. De rijkere laag van de Republiek was van mening dat de armoede van de werkende stand gepaard ging met moreel verval. Ze beschuldigden het gewone volk ervan onopgevoede onzedelijke burgers te zijn. Wolff en Deken waren van mening dat er iets moest veranderen aan het imago van de werkende stand en aan de economische situatie van het vaderland. Ze sloten zich aan bij de Oeconomische Tak en schreven in 1781 drie bundels Economische Liedjes. Wolff en Deken beweerden de liedjes te schrijven voor de arme laag voor de bevolking. De liederen ademden een hoge mate van vroomheid en deugdzaamheid uit. Eveneens beschikten de personages van de liederen over een goed arbeidsethos. Het doel van de liedbundel was tweeledig. Zo zouden de liederen als voorbeeld dienen voor de arbeiders, zodat de arbeiders hun eigen leven konden spiegelen aan het leven van de geschetste arbeider in de liedjes. Ook zou de werkende stand de liederen onder werktijd kunnen zingen. Gezang vrolijkte de arbeider op en vrolijke arbeiders werkten harder dan treurige arbeiders. Zodoende konden de liederen ook een bijdrage leveren aan het economisch herstel van de Republiek. Hoewel Wolff en Deken pretendeerden de werkende stand als doelgroep te hebben, valt hierover te twisten. Uit onderzoek in veilingcatalogi bleek dat de liedbundels wijd verspreid waren onder de gegoede laag van de bevolking. Ook lijkt een herdruk uit 1798 van de liedbundel te wijzen op een ander leespubliek. Deze herdruk was voorzien van 120 gravures. De gravures zijn een luxe toevoeging aan de liederen. De liedbundel inclusief de gravures werd verkocht voor dertien gulden. Alleen een burger uit de gegoede laag van de bevolking had deze bundel kunnen aanschaffen. Zodoende lijken de Economische Liedjes geen voorbeeld te zijn van een volksopvoeding door de burgerij, maar van burgerij die zichzelf opvoedde.

Betje Wolff, Aagje Deken, Economische Liedjes, Oeconomische Tak, moreel verval
Baggerman, Prof. Dr. A.
hdl.handle.net/2105/10254
Maatschappijgeschiedenis / History of Society
Erasmus School of History, Culture and Communication

Vermeulen, M. (2011, August 31). Inhoud, productie verspreiding en receptie van een nieuw burgerideaal. Maatschappijgeschiedenis / History of Society. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/10254