Uit de secundaire literatuur over sport en nationalisme is naar voren gekomen dat sport, in het bijzonder de Olympische Spelen, en nationalisme met elkaar zijn verweven. Sport wordt beschreven als een politiek instrument in de internationale betrekkingen. Zo zouden de internationale sportwedstrijden symbool staan voor de competitie tussen naties, zeker in het Interbellum. Verder zou sport worden gebruikt om de nationale identiteit vorm te geven. Bij de moderne Olympische Spelen zouden dan ook niet de individuen, maar de naties centraal staan. In het tweede hoofdstuk is daarnaast getracht antwoord te geven op de vraag wat nationalisme is en welke elementen van nationalisme toepasbaar zijn op de Olympische Spelen. Uit het secundaire literatuuronderzoek kwamen twee soorten nationalisme naar voren: ‘top-down’ nationalisme, waarbij nationalisme wordt georganiseerd vanuit de bovenlaag, en ‘bottom up’ nationalisme, waarbij nationalisme van onderaf opkomt. Deze concepten zijn gebaseerd op de theorie van Benedict Anderson (2006). Anderson beschrijft nationalisme als een sterke politieke kracht waarbij de staat een verbeelde politieke gemeenschap vormt. In deze gemeenschap voelen de leden zich onderling sterk verbonden, maar hoeven de leden elkaar onderling niet te kennen. Deze gemeenschap noemt Anderson daarom een verbeelde gemeenschap. Verder is volgens Anderson het nationalisme vooral gegroeid door de opkomst van de massamedia waardoor de gedrukte media ook toegankelijk werd voor de onderste lagen van de bevolking. In dit onderzoek is gekeken naar uitingen van nationalisme tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en de jaren die daaraan voorafgingen. Door zowel een kwalitatieve en kwantitatieve analyse uit te voeren is er geprobeerd een breed beeld te schetsen over uitingen van nationalisme in de landelijke dagbladen en het propagandablad De Olympiade. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het halen van de Olympische Spelen naar Nederland niet een nationalistisch doel had, maar voortkwam uit een individueel doel. Onder leiding van Baron Van Tuyll van Serooskerken zijn de Olympische Spelen naar Nederland gehaald om zo de lichamelijke opvoeding in Nederland op de kaart te zetten. Om te zorgen dat de Olympische Spelen een succes werden en om deze te financieren, werd er een beroep gedaan op de Nederlandse bevolking. Hierbij werd nationalisme ingezet als instrument door een klein gezelschap uit de bovenlaag (top-down) via de geschreven media en in het bijzonder het propagandablad De Olympiade. De minderheid van de artikelen in de landelijke dagbladen bevatten echter nationalistische uitingen en of waren nationalistisch van aard. Dit zou kunnen worden verklaard door de neutrale houding van Nederland in het Interbellum in navolging van WOI.

Additional Metadata
Keywords Olympische Spelen, Olympische Spelen 1928, Olympische Spelen Amsterdam, Olympische Spelen Amsterdam 1928, Nationalisme, Top-down nationalisme, Bottom-up nationalisme, Benedict Anderson, Imagined Community, Popular nationalism, Official nationalism, Charles Tilly, State-seeking nationalism, State-led nationalim, De Olympiade, Wij-gevoel, Uitingen van nationalisme
Thesis Advisor P.T. van de Laar, G. Oonk
Persistent URL hdl.handle.net/2105/32786
Series Maatschappijgeschiedenis / History of Society
Citation
K. de Jonge. (2014, September 19). 'Wij hebben gewonnen!’. Maatschappijgeschiedenis / History of Society. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/32786