In deze thesis staat de Slag bij Waterloo centraal. Allereerst wordt er kort aandacht besteed aan de tweehonderdjarige herdenking van de slag, die afgelopen juni plaatsvond. Vervolgens wordt een beschrijving van de Waterloo-campagne gegeven. Daarna volgt een introductie van mijn onderzoek, dat zich richt op de negentiende-eeuwse herinnering aan de Slag bij Waterloo. De thesis beperkt zich, vanwege praktische redenen, tot Nederland en Groot-Brittannië. De negentiende-eeuwse herinnering aan de Slag bij Waterloo wordt op twee manieren in kaart gebracht. Allereerst wordt onderzocht hoe de slag op nationaal niveau werd herinnerd in Nederland en Groot-Brittannië, waarbij er bijzondere aandacht is voor de periode 1815-1875. Het in kaart brengen van de Nederlandse en Britse nationale herinneringscultuur gebeurt hoofdzakelijk in hoofdstuk 2.2, de historiografie. Vervolgens wordt er een kwantitatief overzicht gegeven van het aantal gepubliceerde Waterloo-bronnen tussen 1815-1875. Uit dit overzicht zijn veertien werken van Nederlandse en Britse Waterloo-militairen geselecteerd, die in het kader van deze thesis nader zijn onderzocht. Van de veertien werken zijn er acht Brits en zes Nederlands, dit gezien de grotere bevolkingsomvang van Groot-Brittannië. Voor elk land zijn de bronnen opgedeeld in twee periodes, namelijk 1830-1845 en 1860-1875. Zodoende kon er worden geanalyseerd of ontwikkelingen in de nationale herinneringsculturen ook terug te vinden zijn in het primair bronnenmateriaal. De vraag die in dit onderzoek centraal staat is hoe de werken van de militairen zich verhielden tot de eigen nationale herinneringscultuur. Bestonden er grote verschillen tussen het beeld dat de militairen van de slag schetsten en de wijze waarop de slag op nationaal niveau werd herinnerd, of juist niet? Volgden de militairen de ontwikkelingen in de eigen nationale herinneringscultuur? Om deze en andere belangrijke vragen te kunnen beantwoorden, is er bij de analyse gekeken naar vijf thema’s: 1. Zelfrepresentatie / de wijze waarop militairen van de eigen natie werden gerepresenteerd. 2. Representatie van de eigen nationale leider, respectievelijk de hertog van Wellington en de Prins van Oranje 3. Beeldvorming over de Franse vijand 4. Representatie van het Pruisisch aandeel in de slag 5. Beeldvorming van de Nederlanders en Britten over elkaar Voor Nederland is er nog gekeken naar een zesde thema, namelijk het beeld van het Belgische aandeel in de strijd. Verder wordt er in een aparte paragraaf aandacht besteed aan de verschillen tussen Engelse en Schotse militairen, dit vanwege de regionale diversiteit binnen Groot-Brittannië. Hoewel de focus van het onderzoek ligt op de verhouding tussen de militaire werken en de eigen nationale herinneringscultuur, mocht een vergelijking tussen de Nederlandse en Britse bronnen natuurlijk niet ontbreken. Daarom zijn bij alle thema’s ook de Nederlandse en Britse werken met elkaar vergeleken. Voor verdere informatie verwijs ik de lezer graag naar mijn thesis in de scriptiedatabank van de EUR.

Additional Metadata
Keywords Cultural Economics, Cultural Entrepeneurship, Slag bij Waterloo, Nederland, Groot-Brittannië, militairen, autobiografieën, memoires, nationale herinneringscultuur, communicatieve herinnering, culturele herinnering, beeldvorming
Thesis Advisor M.F. van Dijck
Persistent URL hdl.handle.net/2105/33501
Series Cultural Economics and Entrepreneurship
Citation
M.P.M. de Jong. (2015, December 16). De herinneringsstrijd om de Slag bij Waterloo (1815). Cultural Economics and Entrepreneurship. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/33501