Deze afstudeerscriptie is een verslaglegging van een kwalitatief onderzoek naar het gebruik maken van betekenisgeving, oriëntaties en vormen van organiseren om bij te dragen aan het organiseren van nabijheid voor sociale leefbaarheidsdiensten. Het onderzoek is uitgevoerd in de gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel waarbij de volgende groepen stakeholders zijn betrokken bij het onderzoek: gemeenteraadsleden, wethouders, mede-werkers van de ambtelijke organisatie MijnGemeenteDichtbij, medewerkers van externe organisaties, burgerinitiatiefnemers en burgers. Ik ben zelf ambtelijk beheermedewerker openbare ruimte bij MijnGemeenteDichtbij, inwoner van Sint-Michielsgestel, onderzoeker en afstudeerder aan de Rotterdam School of Management Erasmus University. Ambtelijke organisaties zoals MijnGemeenteDichtbij zijn omgevingen waar meervoudige betekenis-geving en meervoudige oriëntaties tezamen komen. Als gevolg bestaan er confrontaties. Het onderzoek is opgezet vanuit de grondbeginselen van het sociaal constructionistisch paradigma. Hierbij is op basis van de Naturalistisch Methodologie van Erlandson et al. (1993) een interactieve zoek-tocht gestart naar de invloed van betekenisgeving en oriëntaties op de wijze van organiseren. Een oriëntatie – open, sociaal, rationeel of zelfreferentieel – is een persoonskenmerk. Dit persoonskenmerk heeft invloed op het gedrag van het individu en de interactiepatronen in het organiseren. Als gevolg is een oriëntatie van invloed op de relatie en ‘verbinding’ met de externe organisaties en overige belang-hebbenden in de context. De zoektocht heeft ertoe geleid dat er verschillen in vormen van organiseren van sociale leefbaarheidsdiensten zichtbaar zijn geworden. Met gebruikmaking van de Responsieve Methodologie van Abma & Widdershoven (2006) zijn de verzamelde gespreksdata geanalyseerd op inhoud en vorm, en is er aanvullende contextuele informatie toegevoegd. Er zijn een viertal gesprekken met de sterkste oriëntaties geselecteerd waarna er per oriëntatie een verhaal is gecreëerd. Verhalen zijn een van de belangrijkste instrumenten bij de Responsieve Methodologie. Het andere instrument is de dialoog. De gecreëerde verhalen kunnen als katalysator in een verhalenworkshop fungeren waarna door aanwezigen ervaringen worden gedeeld, en een dialoog wordt gevoerd. De issues die uit deze dialoog ontstaan zijn onderwerpen voor gesprek, die bijdragen tot praktijkverbeteringen. In dit onderzoek is de dialoog in de vorm van een verhalen-workshop voorbereid maar niet uitgevoerd. Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is er afstand genomen van de responsieve methodologie, en zijn de onderzoeksbevindingen ondersteund met literatuur van Van Dinten & Van Dinten (2013) en Beenhakker (2015). De bevinding is dat de leiding erkent dat de ambtelijke organisatie MijnGemeenteDichtbij zich in een ambtelijk dooiproces begeeft waarbij men inziet dat taken en diensten niet als eenheidsworst kunnen worden georganiseerd. Door de aanwezige oriëntaties, van de medewerkers die werkzaam zijn met sociale leefbaarheidsdiensten wordt de wijze van organiseren beïnvloedt. Met als gevolg dat er in de realiteit niet altijd passend wordt georganiseerd. Dit onderzoek legt een basis waaruit het mogelijk is voor de ambtelijke organisatie MijnGemeenteDichtbij – door middel van het gebruik van verschillen in betekenisgeving en oriëntaties – om te komen tot een stadiumgewijze evolutie naar het context-gedreven organiseren van sociale leefbaarheidsdiensten, zodat er nabijheid wordt georganiseerd.

hdl.handle.net/2105/41734
Management van Verandering
RSM: Parttime Master Bedrijfskunde

Geert-Jan van Grinsven. (2016, October 13). DE KENMERKEN VAN EEN AMBTELIJK DOOIPROCES Bedrijfskundig organiseren van nabijheid voor sociale leefbaarheidsdiensten bij de ambtelijke organisatie MijnGemeenteDichtbij. Management van Verandering. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/41734