De openbare ruimte is van belang voor de aantrekkelijkheid van de stad. Ook is de openbare ruimte van belang voor de leefbaarheid, het dagelijkse (sociale) leven van de stad. Mensen maken elke dag gebruik van de stad om zich te verplaatsen, te bewegen, te recreƫren of andere mensen te ontmoeten. Aantrekkelijkheid en leefbaarheid spelen een rol bij de concurrentie tussen steden en wordt tegenwoordig net zo belangrijk gevonden als bijvoorbeeld economische diversiteit. De openbare ruimte staat onder druk door de groei van steden door verdichting. Andere ontwikkelingen, zoals meer aandacht voor de fiets, vergrijzing en klimaatadaptatie vragen ook om aanpassingen in de openbare ruimte. De openbare ruimte is vooral een ruimte van en voor volwassen. Tieners zijn een onderbelichte groep als het gaat over het gebruik van de openbare ruimte. Rondhangen door tieners draagt bij aan de vorming van hun identiteit en aan zelfstandigheid. Met de verjonging en verdichting van steden en de andere ontwikkelingen die ruimte nodig hebben, wordt het urgenter om plekken voor tieners in de stad te faciliteren. Omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de openbare ruimte is in dit onderzoek een verbinding gelegd tussen het beleid en de vraag van tieners naar plekken. Dit leidde tot de volgende onderzoeksvraag: in hoeverre sluit het beleid voor tieners in de openbare ruimte aan op de vraag van tieners? Een conceptueel model is ontwikkeld om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. Basis voor het conceptuele model is de spatial triad van Lefebvre (1991). Literatuuronderzoek is uitgevoerd om de spatial triad te verdiepen en bruikbaar te maken voor dit onderzoek. Dit heeft ertoe geleid dat de volgende punten worden onderzocht: het gebruik van de openbare ruimte door tieners, de beleidsopgave van beleidsprofessionals en de vraag van tieners naar openbare ruimte (tienerperspectief). De beleidsopgave en het tienerperspectief zijn geoperationaliseerd. Voor de beleidsopgave zijn de te onderzoeken aspecten: integraal werken, sociaal-maatschappelijke uitgangspunten, ruimtelijke uitwerking, budget en tienerparticipatie. Voor de vraag van tieners, het tienerperspectief, gaat het om de aspecten: behoeften van tieners, kenmerken van tieners, vrijetijdsbesteding en ouders. De laatste twee aspecten, vrijetijdsbesteding en ouders, zijn in dit onderzoek niet onderzocht. De data voor het praktijkonderzoek zijn verzameld door twee onderzoeksmethoden te combineren. Allereerst is een digitale vragenlijst ingevuld door tieners die in Utrecht naar school gaan. Hiermee is inzicht verkregen in de mate waarin tieners gebruik maken van de openbare ruimte, waar ze naar toe gaan, wat ze daar doen en wat ze belangrijk vinden. Honderdveertig ingevulde vragenlijsten zijn gebruikt voor de analyse. Vervolgens is door een analyse van beleidsdocumenten en het houden van een viertal interviews inzicht verkregen in het beleid wat de gemeente Utrecht voert en hoe dat in de praktijk uitwerkt. Het praktijkonderzoek heeft de volgende bevindingen opgeleverd. Tieners hebben behoefte aan plekken in de openbare ruimte om andere tieners te ontmoeten. Ze hebben behoefte aan voldoende en aan gevarieerde plekken waar ze zichtbaar en onzichtbaar kunnen zijn. Kritische factoren voor de beleidsopgave zijn integraal werken, budget en draagvlak. Deze factoren werken voor de bestaande stad anders uit dan voor nieuwe ontwikkelgebieden. In de bestaande stad zijn alle drie de factoren relevant, voor nieuwe ontwikkelgebieden zijn vooral integraal werken en budget relevant. Door tieners inspraak te geven bij het beleid voor tieners, kunnen de beleidsopgave en de vraag van tieners naar plekken in de openbare ruimte beter op elkaar aansluiten.

Additional Metadata
Keywords Kinderen en jongeren in de openbare ruimte, Verdichting en verjonging, Vrijetijdsbesteding, Sociale media, fysieke ontmoeting
Thesis Advisor Melik, R. van (Rianne)
Persistent URL hdl.handle.net/2105/43822
Series Master City Developer
Note MCD 13
Citation
Meulen, R. van (Rita). (2018, July 16). Tieners in de openbare ruimte. Master City Developer. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/43822