De romantiek in Nederland en negentiende-eeuwse Nederlandse reisverslagen zijn twee onderwerpen die in Nederland weinig zijn onderzocht. Daarom worden beide onderwerpen in deze scriptie samengevoegd tot onderzoeksonderwerp. In dit onderzoek worden zes Nederlandse reisverslagen over Zwitserland uit de periode 1850-1871 onderzocht op de sporen van de romantiek. De vraagstelling daarbij luidt: in hoeverre kunnen deze zes Nederlandse reizigers in de periode 1850-1871 als romantische reizigers worden omschreven? Aangezien de romantiek een te breed onderwerp was voor een scriptie, is gekozen om alleen de hernieuwde natuurzucht onder de romantiek te onderzoeken. Romantici zochten naar verheven indrukken in de natuur om hierdoor overweldigd te worden. Tijdens het secundair onderzoek bleek ook dat in de tweede helft van de negentiende eeuw de overtuiging groeide dat berglucht een geneeskrachtige werking had en dat de wil om de natuur te beschermen voortkwam uit geloofsovertuigingen uit Bijbelse tijden. Aangezien beide onderwerpen verbonden zijn met de natuur, zijn de theorieën hierover getoetst in deze scriptie. Als analysemethode werd gekozen voor de discoursanalyse en ‘text in context’ methode. Hierdoor werd het mogelijk om de uitspraken of beweringen van de schrijvers van de reisverslagen te plaatsen in hun tijd en te concluderen of deze romantisch waren. Het theoretische kader werd gevormd door de ‘tourist gaze’ theorie van de Engelse socioloog John Urry. Volgens deze theorie gaan mensen op reis met een beeld over en verwachtingen van hun reisbestemming. Hun opmerkingen over hun reis zeggen daarom iets over de samenleving van de reiziger en niet de bezochte. Er is onderzocht of de reizigers het verleden met het heden verbonden, zij genoten van de natuur en hun gevoelens daarbij uitten, zij reflecteerden op hun eigen plaats (functie) in de wereld, wat zij van de (dominantie) van de natuurwetenschappen vonden, welke plaats het geloof had in hun reis, of zij opmerkingen maakten over een geneeskrachtige werking van de natuur in het algemeen en de berglucht in het bijzonder, en wat zij vonden van andere reizigers (toeristen) en de groeiende infrastructuur die nodig was om toeristen in hun behoeften te voorzien en de impact daarvan op de natuur. Door de resultaten van de discoursanalyse af te zetten tegen vastgestelde romantische kenmerken in de secundaire literatuur kon per vraag worden beantwoord in hoeverre de reiziger voldeed aan het betreffende kenmerk. Vervolgens werden alle antwoorden op de deelvragen bij elkaar genomen, waaruit kon worden geconcludeerd dat vier van de zes reizigers bijna alle romantische kenmerken bezaten en dus romantisch waren. Uit dit onderzoek blijkt dus dat de romantiek in ieder geval doordrong tot sommige delen van de Nederlandse samenleving.

, , , , , , , , ,
A. Baggerman
hdl.handle.net/2105/46407
Maatschappijgeschiedenis / History of Society
Erasmus School of History, Culture and Communication

M.J. Goudemond. (2018, July 18). Op weg naar de bergen! De natuurbeleving van zes Nederlandse reizigers in Zwitserland tussen 1850 en 1871. Maatschappijgeschiedenis / History of Society. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/46407