Het belang van de opdrachtgever in het succesvol afronden van ICT-projecten in de publieke sector wordt al geruime tijd onderkend. De projectmanagementliteratuur beperkt zich echter vaak tot de governance van het opdrachtgeverschap en tijdschriften geven vaak een weinig onderbouwd advies over de wijze waarop de opdrachtgever invulling kan geven aan deze rol In deze scriptie worden op basis van exploratief onderzoek naar de projecten ‘Behandelprofielen’ van BZ en ‘eIDAS’ van BZK en Logius de relatie tussen de rol van opdrachtgever, sturingsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en projectsucces uiteengezet. Uit het onderzoek blijkt dat een opdrachtgever het best kan bijdragen aan het succes van een publiek ICT project door te vertrouwen op de intrinsieke motivatie van zijn opdrachtnemer. De combinatie van een opdrachtgever met visie, die op basis van vertrouwen wilt samenwerken met een intrinsiek gemotiveerde opdrachtnemer die door dik en dun wilt gaan voor de opdrachtgever, met hem of haar meedenkt en niet te beroerd is om ook moeilijke adviezen te geven en op tijden de poot stijf te houden; dat is uiteindelijk de kracht achter een geslaagd ICT-project voor de Rijksoverheid. De randvoorwaarde daarvoor is wel dat de opdrachtgever en opdrachtnemer goede afspraken met elkaar hebben gemaakt in de vorm van een gezamenlijk overeengekomen kader. Wanneer er dingen mislopen in het project zijn de formele kaders noodzakelijk om op terug te kunnen vallen. In die zin zijn controle en vertrouwen niet wederzijds uitsluitend, maar juist complementair aan elkaar. Het bestaan van formele afspraken waarop kan worden teruggevallen creëert rust en biedt zo de basis voor het ontstaan van een vertrouwensrelatie. Projectsucces is echter in the eye of the beholder; iedere betrokkene baseert zijn of haar oordeel over success op zijn of haar eigen rol en perspectief in het project. Indien het vooral noodzakelijk is dat het project als een succes kan worden neergezet kan het beter zijn om een abstract perspectief te nemen. Het feit dat een systeem of applicatie is gerealiseerd kan dan al een succes in zichzelf zijn. Indien het echter vooral belangrijk is dat bepaalde effecten behaald worden kan het beter zijn om van tevoren helder te op te schrijven wat deze effecten zijn en wat er nodig is om dit effect te behalen. Ten slotte zijn er uit dit onderzoek nog vijf hypothesen voortgekomen die in een vervolgonderzoek verder worden getoetst: • Hypothese 1: een sturingsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer die is ingericht op basis van vertrouwen heeft een positief effect op projectsucces • Hypothese 2: een hoog en consequent tempo van operationele besluitvorming heeft een positief effect op projectsucces • Hypothese 3: diffusie in het operationeel opdrachtgeverschap tijdens de initiatiefase van het project heeft uiteindelijk een positief effect op projectsucces • Hypothese 4: duidelijkheid in het operationeel opdrachtgeverschap tijdens de implementatiefase van het project heeft uiteindelijk een positief effect op projectsucces • Hypothese 5: een opdrachtgever die de voldoet aan de kenmerken van transformatief leiderschap heeft een positief effect op projectsucces

Additional Metadata
Thesis Advisor Dr. J. van Veen, Prof.dr. W.E. Ebbers
Persistent URL hdl.handle.net/2105/47351
Series Public Administration
Citation
Timo Ruiten. (2019, March 11). TO TRUST, OR NOT TO TRUST?. Public Administration. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/47351