Deze scriptie legt de nadruk op de verbondenheid van commercie en familieverhoudingen van de familie Baelde in de achttiende eeuw. Het heeft als hoofdvraag waarom deze twee zaken met elkaar verbonden waren en hoe familieverhoudingen van belang waren bij investeringen in plantagehypotheken. Allereerst richt het onderzoek zich op de handelsfamilie Baelde, die een belangrijke positie innam vanaf het midden van de zeventiende eeuw. Zij was actief in het beroep van makelaar, een schakelpositie tussen kooplieden. Makelaars kochten goederen op die in de haven van Rotterdam en verkochten die door op veilingen, die gehouden werden in verschillende herbergen in de buurt van de haven, informatie die uit krantenadvertenties naar voren is gekomen. Familie Baelde speelde hierin een grote rol, zoals ik heb willen aantonen door middel van netwerkanalyse. Halverwege achttiende eeuw was er een verschuiving te zien binnen dit netwerk van makelaars die ervaren waren, maar die er mee ophielden, naar makelaars die net begonnen en nog met meer moesten opereren om ervaring op te doen. Binnen het netwerk van de Baeldes was er een aantal familieleden die samenwerkten met hen, namelijk Franco Cordelois, Jan de Vrijer en Gregorius Mees. Zij hadden van 1710 tot 1733 een eigen firma en werkten sporadisch samen met de Baeldes. Op de veilingen in de haven werden goederen vanuit een internationaal handelsnetwerk verhandeld; producten uit onder andere Suriname, Java, Alicante, Frankrijk en de Levant. Een aantal van deze goederen was hoogstwaarschijnlijk afkomstig van plantages. De makelaars speelden een belangrijke rol in het verkopen van deze goederen en hadden indirect een bijdrage aan het in standhouden van het plantagesysteem en indirect ook aan de slavernij. Michiel en Hendrik Baelde, die in dit onderzoek als de ‘familie Baelde’ worden aangeduid investeerden hun verdiende vermogen later in negotiaties (plantagehypotheken voor plantagehouders). Deze keuze voor investeringen was niet verwonderlijk: het was één van de weinige mogelijkheden voor vermogende lieden in de achttiende eeuw om hun geld te beleggen. Daarnaast waren de directeurs van negotiaties familieleden van Michiel Baelde. Herman van Coopstad en Isaac Jacobus Rochussen (zijn zwager en schoonzoon) hadden een eigen firma opgezet rond 1750. Hun bedrijf richtte zich op handel met Suriname, slavenhandel (via de driehoekshandel) en plantageleningen. Verder had Ferrand Whaley Hudig (Baeldes stiefzoon) zijn eigen onderneming opgezet in plantageleningen. Met deze vorm van geldlening voor plantagehouders werd in 1751 begonnen op initiatief van de Surinaamse gouverneur Mauricius. De Amsterdamse koopman Willem Gideon Deutz verzorgde de eerste negotiaties voor Surinaamse plantage-eigenaren. Hudig schreef negotiaties uit in de periode 1760-1776 voor tientallen plantages. De ‘geldopschieters’, rijke personen die een minimale inleg van 1000 gulden deden, kwamen vaak uit de familiekring. Zo ook Michiel en Hendrik Baelde die Hudig sterk ondersteunden met zijn onderneming door regelmatig hoge bedragen in te leggen. Zij investeerden in risicovolle zaken; sommige planters waren door eigen problemen in schulden gekomen en probeerden via negotiaties deze schuld af te lossen. De directeuren verzwegen dit voor de geldschieters; anders zouden zij niet inleggen. Ondanks deze schaduwzijde van het systeem, bleven de Baeldes investeren in Hudig ’s negotiaties. Uiteindelijk zullen zij ongetwijfeld rendement gehaald hebben uit deze lucratieve bedrijvigheid en van het vermogen een gegoed leven geleid hebben.

Additional Metadata
Keywords Makelaars, familienetwerk, handelsnetwerk, plantages, 18e eeuw
Thesis Advisor A. van Stipriaan Luiscius
Persistent URL hdl.handle.net/2105/49956
Series Maatschappijgeschiedenis / History of Society
Citation
D. Vuijk. (2019, July 2). MICHIEL EN HENDRIK BAELDE, RADEREN IN EEN ACHTTIENDEEEUWS PLANTAGENETWERK Onderzoek naar de verbondenheid van commercie en familieverhoudingen in de familie Baelde, toegespitst op slavernij -gerelateerde zaken, met name negotiaties in de periode 1750-1770. Maatschappijgeschiedenis / History of Society. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/49956