De betekenis van publieke huisvestingsorganisaties in de huidige stedelijke ontwikkelingspraktijk is een onderbelicht onderwerp in de literatuur. De betekenis die publiek vastgoed in de praktijk toegedicht krijgt, reikt vaak verder dan haar directe gebruiksfunctie (van der Schaaf, 2002). Het vrijkomen van publiek vastgoed kan een aanjager zijn voor, en kan impulsen geven aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen (Adisson, 2018).

Binnen de stedelijke ontwikkelingspraktijk zijn op netwerkgestuurde en op outcome gerichte aanpakken steeds gebruikelijker (Bryson, Crosby et al. 2014, Daamen and Verheul 2014, de Zeeuw 2018). Deze methoden botsen met het gedachtegoed van het New Public Management waarin cost efficiency en taakdiscipline centraal staan (van Thiel 2004, Schillemans 2013); het gedachtegoed waarlangs ook de rijkshuisvesting is georganiseerd.

Dit onderzoek bestudeert de overwegingen, de rol, het handelen van het Rijksvastgoedbedrijf die de betekenis van rijksvastgoed in een lokale stedelijke gebiedsontwikkeling bepalen. Het doel is om dilemma’s en mogelijke handelingsperspectieven in kaart te brengen. Hiervoor is het Central Innovation District Den Haag (CIDDH) als single case geanalyseerd. In half-gestructureerde interviews is gesproken met twintig betrokkenen van het Rijksvastgoedbedrijf, het Rijk en de gemeente Den Haag.

Rijksvastgoedbedrijf, lokale stedelijke ontwikkelingen
Verheul, W.J., Karré, P.
hdl.handle.net/2105/56103
Master City Developer
MCD 14
Erasmus School of Economics

Vermeer, P. (Peter). (2020, February). Rijksvastgoed in lokale stedelijke ontwikkeling; één portefeuille, één organisatie, meerdere gezichten. Master City Developer. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/56103