Dit artikel beschrijft de verhouding tussen rijk en gemeenten (i.c. Rotterdam) ten tijde van de bed-bad-broodcrisis van 2015 en de mate waarin deze verhoudingen van invloed zijn geweest op de lokale besluitvorming over deze voorzieningen. De veelgebruikte typering van deze verhouding als een principal agent-relatie, waarbij de rijksoverheid de principal is en de gemeente de agent, biedt veel aanknopingspunten maar schiet uiteindelijk tekort. Daarom wordt dit afgezet tegen de stewardship theorie, waar het uitgangspunt een meer gelijkwaardige en constructieve samenwerking is. Beide theorieën zijn ingepast in een breder model over managementstijlen, waardoor een genuanceerder beeld ontstaat van de samenwerking in het openbaar bestuur. De analyse wordt uitgevoerd aan de hand van een meetinstrument voor beleidsvrijheid, aangezien beleidsvrijheid een goede determinant is voor welke managementstijl er gehanteerd wordt. Het onderzoek wordt gedaan vanuit lokaal perspectief, met nadruk op de positie van raadsleden. Tegenover hen profileert de rijksoverheid zich soms als principal, maar in praktijk weren raadsleden zich hier tegen en draaien ze de verhouding ook wel om en wordt de rijksoverheid evengoed aangesproken op haar rol en verantwoordelijkheid.

, , ,
Kim Caarls, Arjen Leerkes
hdl.handle.net/2105/61563
Sociology
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Bakker, N. (2020, June 20). Interbestuurlijke verhoudingen in de bed-bad-broodcasus. Een lokaal perspectief.. Sociology. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/61563