Samenvatting: Zelfmanagement wordt gezien als een duurzame oplossing voor de kosten van zorg in het algemeen en het omgaan met een beperking of verlies in het bijzonder. Idealiter bevordert het de ervaren kwaliteit van leven omdat het is toegesneden op de leefwereld van de patiënt. Integrale zorg gericht op zelfmanagement betekent zowel voor de oudere met meervoudige problematiek als voor de zorgverlener een verschuiving in verantwoordelijkheden. Een verbinding met de bronnen uit de omgeving zoals de mantelzorger is belangrijk om de zorg te optimaliseren. De mantelzorger heeft met de zorgverlener(s) een cruciale rol om de mensen met meervoudige problematiek te ondersteunen in de eigen regie. Dit heeft gevolgen voor de bestaande rolopvatting en interactie tussen zorgverlener, mantelzorger en de zorgvrager. Tijdens het gezamenlijk proces moet er enerzijds kennis ontwikkeld worden over de implicaties van ziekte en behandeling en anderzijds gaat het erom aan te sluiten bij de werkelijke vraag en leefwereld van de cliënt. Aansluiting op de werkelijke zorgbehoefte is echter niet vanzelfsprekend. Uit eerder onderzoek blijkt dat het ‘niet goed zien’ van de werkelijke vraag niet goed gezien wordt (Ceci 2006, Goossensen, 2011) met mismatches tot gevolg. Dit onderzoek werpt enerzijds licht op de ‘blinde vlek’ die de aansluiting in de relatie belemmert. Anderzijds wordt via de lens van de aandachtsvelden zoals beschreven door Scharmer (2012) de interactie tussen professional en zorgvrager onderzocht. Daarbij wordt afgevraagd of de mate van afstemming de mate van de wederzijds kenniscreatie beïnvloedt die ondersteunend is voor zelfmanagement.

Methode: In dit kwalitatief onderzoek zijn 6 zorgverleners met verschillende disciplines uit de eerste lijn geïnterviewd. Vanuit het perspectief van de zorgvrager zijn 6 mantelzorgers geïnterviewd. Daarnaast hebben er 2 observaties plaatsgevonden en een analyse van documenten van leidende partijen op het gebied van zelfmanagement.

Conclusie: Op beroepsmatig niveau is geconstateerd dat er verschillende relationele niveau’s te herkennen zijn in de interactie tussen zorgvrager en zorgverlener. Daarnaast is gezien dat het niveau van de interactie verband houdt met de kennis die gedeeld en uitgewisseld kan worden. Naarmate de interactie tussen zorgvrager en zorgverlener meer de kenmerken van niveau 3 en 4 van de U-curve, (Scharmer, 2012) bevat, lijkt dit de reductie te verminderen en de kans op aansluiting te vergroten. Aansluiting faciliteert de wederzijdse participatie in het ontwikkelen van kennis voor het vinden van een adequaat antwoord op een complexe vraag. Omdat in het domein van welbevinden en welzijn de hulpvragen vaak niet expliciet zijn kan een belangstellende en open houding de zorgverlener in staat stellen om zelfmanagement te ondersteunen op een manier die van grote waarde is voor de mantelzorger en zorgvrager.

, , , , , ,
A.A. de Bont (Antoinette)
hdl.handle.net/2105/64042
Master Zorgmanagement
Erasmus School of Health Policy & Management

A.B.M. Wolters (Anja). (2013, August). Wederzijdse kenniscreatie in de relatie. Master Zorgmanagement. Retrieved from http://hdl.handle.net/2105/64042