Dit verkennend onderzoek heeft betrekking op de invulling van responsief toezicht en de wijze waarop dit bijdraagt aan de effectiviteit van toezicht houden. De onderzoeksvraag luidt: Hoe wordt invulling gegeven aan responsief toezicht en op welke wijze draagt dit vervolgens bij aan de effectiviteit van toezicht houden? In het literatuuronderzoek is gedefinieerd wat effectief toezicht is, waarbij duidelijk wordt dat effectief toezicht het waarborgen van publieke belangen is (Willemsen & Leeuw, 2007). Vervolgens wordt responsief toezicht gedefinieerd als het afstemmen van de actie op de context van een situatie door een toezichthouder (Ayres & Braithwaite, 1992; Mascini & Van Wijk, 2009; Rutz et al., 2015). Deze onderzoeksvariabelen zijn in het literatuuronderzoek verder uiteengezet om een dieper begrip te krijgen van de variabelen en te bekijken hoe deze zich tot elkaar verhouden. Uiteindelijk zijn, door middel van een mixed methods strategie, data in de empirie verzameld om een diepgaande analyse te maken en vervolgens de onderzoeksvraag te beantwoorden. In totaal zijn er 15 interviews afgenomen, 7 observaties gehouden en een documentanalyse gemaakt van 20 recent afgeronde cases. Uit de resultaten blijkt dat de invulling van responsief toezicht zich uit op twee manieren. Enerzijds bepaalt de context de actie van een toezichthouder. Anderzijds bepaalt de context de houding en gedrag van een toezichthouders wanneer hij in interactie komt met een regelplichtige actor. In de resultaten worden contextuele factoren benoemd die de ac3e en de houding van toezichthouders verklaren. Deze contextuele factoren zijn te categoriseren tot de aard van een situatiee en de opstelling van de tegenpar3j. Het wordt duidelijk dat deze contextuele factoren nauw samenhangen met de te waarborgen publieke belangen. In de resultaten wordt ook beschreven op welke wijze deze invulling bijdraagt aan de effectiviteit van toezicht houden. Responsiviteit in het houden van toezicht zorgt ervoor dat sneller gereageerd kan worden op situaties en dus publieke belangen beter worden gewaarborgd. Daarnaast zorgt het ervoor dat toezichthouders maatwerk kunnen leveren, omdat zijn hun acties en houding aan kunnen passen aan de situatie. Tot slot blijkt dat met een onnodig formele houding veel weerstand wordt opgeroepen, wat het lastig maakt om publieke belangen te waarborgen. Op basis van de resultaten en daarop volgende conclusies is één praktische aanbeveling en één aanbeveling voor een vervolgonderzoek gedaan. De praktische aanbeveling heeft betrekking op het verwerken van responsiviteit als leidend principe in het toezicht- en handhavingsbeleid van gemeentes. De aanbeveling voor het vervolgonderzoek komt deels voort uit de limitatie dat in dit onderzoek enkel gekeken is vanuit het oogpunt van een toezichthouder. De aanbeveling is om een vervolgonderzoek onderzoek te doen naar de perceptie van andere actoren ten behoeve van responsief toezicht, op deze manier wordt vanuit een ander oogpunt naar dit vraagstuk gekeken.

Migchelbrink, K., Warsen, R.
hdl.handle.net/2105/75402
Public Administration
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Goevaers, M. (2024). “Je hoeft niet met een bazooka een mug neer te schieten”. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/75402