Het Nederlandse onderwijssysteem staat voor grote vraagstukken, zoals het lerarentekort, leerachterstanden, krimpende regio’s en wat resulteert in kleinere scholen. Bovendien wordt de klas gezien als een afspiegeling van de samenleving; alles wat in de samenleving speelt, ziet men terug in de klas. Op die manier vinden toenemende armoede, polarisatie en een ongezonde samenleving hun weg in het onderwijs. Deze vraagstukken en uitdagingen zijn complex van aard, wat betekent dat de oplossing niet voor de hand ligt en zelfs de definitie van het probleem omstreden is. Actoren in het onderwijssysteem, namelijk scholen en besturen, dienen daarom een mate van lerend vermogen te ontwikkelen, om een handelsrepertoire voor deze problemen te creëren en simultaan kwalitatief onderwijs te kunnen aanbieden. Dit lerend vermogen bestaat uit cognitief leren van eigen onderwijsinitiatieven, sociaal leren van samenwerken en institutioneel leren door het borgen van lessen. Naast de maatschappelijke vraagstukken staat het onderwijssysteem voor een bestuurlijke uitdaging. Ondanks de historische enting op autonomie, zijn schoolbesturen dankzij beleidsstapelingen, incidentele gelden en instabiliteit niet in staat daadwerkelijke invulling te geven aan deze autonomie. Er bestaat een discrepantie tussen de autonomie op papier (formele autonomie) en de autonomie in de praktijk (reële autonomie). Desondanks is autonomie volgens de literatuur belangrijk voor het lerend vermogen. In deze scriptie wordt daarom onderzocht wat het gevolg van de gepercipieerde reële autonomie is op het lerend vermogen van schoolbesturen en schoolleiders. Hiervoor is kwalitatief onderzoek gedaan en zijn 20 interviews afgenomen met 21 respondenten. De empirie toonde aan welke praktijken de discrepantie tussen reële autonomie en formele autonomie realiseren en hoe deze discrepantie het lerend vermogen hindert. De gebreken in het huidige onderwijssysteem vertaalden zich vervolgens naar aanbevelingen voor de toekomst, waarbij wederzijds vertrouwen en continuïteit ten grondslag liggen.

Nederhand, M.J., Edelenbos, J.
hdl.handle.net/2105/75442
Public Administration
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Kloet, E. (2024). Tussen Papier en Praktijk:
Een Kwalitatief Onderzoek naar de Gevolgen van Reële Autonomie op het Lerend Vermogen van het Nederlandse Onderwijs. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/75442