2024-07-31
Nationale inzet op de kaart
Publication
Publication
Door jarenlange bezuinigingen, tekort aan mensen en overspoeling van informatie is Defensie nog niet adequaat toegerust om Nederland te beschermen tegen dreigingen. Constant dienen er keuzes gemaakt te worden waar mensen, materieel en capaciteiten ingezet worden. Dit schaarste vraagstuk wordt in een extra lastig parket gebracht in een artikel 5-scenario. Nederland loopt dan het risico tot het zijn van strategisch doelwit vanwege haar internationale logistiek, geografische ligging en goede infrastructuur, Nederland fungeert namelijk als gateway to Europe. De verdediging in bondgenootschappelijk verband elders in Europa kan alleen succesvol worden gevoerd als Nederland zelf veilig is om de noodzakelijke ondersteuning te kunnen geven aan bondgenoten en eigen eenheden. Er kan dus niet enerzijds gesproken worden over oorlogsvoering, kijken naar het Oosten, zonder anderzijds bewust te zijn van de spanningen die het oproept met de nationale veiligheid, nationale inzet, kijken naar het Westen. Toch lijkt er een ontbrekende of zwakke sense of urgency te zijn rondom het thema nationale inzet, het geniet niet de hoogste prioriteit op de agenda. Dit probleem leidt dan ook tot de volgende onderzoeksvraag: ‘Welke factoren hebben invloed op de succesvolle agendering van nationale inzet binnen Defensie?’ Om antwoord te geven op de hoofdvraag is aan de hand van agendasetting en sensemaking literatuur bekeken wanneer een onderwerp agendastatus bemachtigd. Hieruit bleek dat alle variabelen worden ingebed in het proces van sensemaking. Binnen dit proces wordt duidelijk dat het succes van agendasetting afhangt van de context waarin het plaatsvindt, namelijk het beleidssubsysteem, ook wel de arena genoemd. Dit beleidssubsysteem huisvest verschillende coalities die beschikken over macht en machtsbronnen. Bovendien omvat het subsysteem een policybroker die in staat is om kwesties al dan niet te bevorderen. Deze vier concepten interacteren ook met elkaar. Het functioneren van dit subsysteem wordt beïnvloed door drie factoren: a) past het binnen de procedures? B) het issue zelf en c) het optreden van een focusing event met daaropvolgende window of opportunity. Uit de resultaten is gebleken dat het niet eenvoudig is om vast te stellen of nationale inzet op de agenda staat, dit komt omdat agendering geen eenduidig fenomeen is. Het ken geen eenvoudig ja-of-nee antwoord, het betreft een kwestie van mate en gradatie: de vraag is niet of er agendering is, maar in welke mate deze plaatsvindt. De resultaten hebben laten zien dat de gradatie wordt beïnvloed door een drietal lijnen: 1. Externe lijn Hier gaat het om een externe gebeurtenis, een focusing event, die ervoor zorgt dat een issue ineens wel de vereiste aandacht geniet en agendastatus verkrijgt. De annexatie van de Krim in 2014, de inval van Rusland in Oekraïne en de terreuraanslagen in Europa in de periode rond 2016 worden aangeduid als dergelijke focusing events. Vervolgens is er de interne lijn bestaande uit organisatorische kenmerken en sensemaking. Deze lijn start bij de cultuur van het subsysteem. 2. Organisatorisch De cultuur van het subsysteem veroorzaakt een cultuur van polderen en bepaalde procedures, deze hebben tot gevolg een gebrek aan eigenaarschap en onduidelijkheid omtrent rollen. 3. Sensemaking en framing In tegenstelling tot het theoretisch kader blijkt nu dat de cultuur van het subsysteem sensemaking beïnvloedt en op die wijze terugkomt in de vorm van frames die bestaan rondom het issue. De frames die uit de data komen zijn: ambigue definitie, carrièrekansen, onaantrekkelijk onderwerp en totalitair optreden. De externe lijn omvat Kingdon’s focusing event, dat leidt tot een window of opportunity. De inval van Rusland in Oekraïne, die eigenlijk al in 2014 begon met de annexatie van de Krim, fungeert als een dergelijk focusing event en heeft de aandacht voor de krijgsmacht opnieuw bevestigd. De organisatorische lijn start bij de cultuur van het subsysteem welke invloed uitoefent op procedures, zoals de doorstroom van functies na drie jaar. Tevens heeft de cultuur van het subsysteem ook tot gevolg een poldercultuur, deze twee facetten samen leiden tot een gebrek een eigenaarschap en onduidelijkheid omtrent rollen, het beeld lijkt te bestaan dat medewerkers binnen Defensie veel over elkaar praten, maar in mindere mate met elkaar. Veel partijen wijzen naar elkaar en het ontbreekt, mede door een onduidelijke C2-structuur, aan eigenaarschap. De cultuur van het subsysteem beïnvloedt tevens de derde lijn, de sensemaking lijn. Daar zien we terug dat het issue zelf gedomineerd wordt door frames en sensemaking, wat een effectief debat over de inhoud in de weg staat. Frames en sensemaking beïnvloeden de ambiguïteit van de definitie, de perceptie op carrièrekansen, de aantrekkelijkheid van het onderwerp en de perceptie over het totalitair optreden. Al deze factoren tezamen leiden tot een gebrekkige agendastatus van nationale inzet binnen Defensie.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Moody, R.F.I., Fenger, H.J.M. | |
| hdl.handle.net/2105/75450 | |
| Public Administration | |
| Organisation | Erasmus School of Social and Behavioural Sciences |
|
Kocken, A.J.F. (2024). Nationale inzet op de kaart. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/75450 |
|