Er is recentelijk een maatschappelijk debat ontstaan omtrent Nederlands regionaal beleid. Het rapport ‘Elke regio telt’ liet zien dat er grote verschillen tussen Nederlandse regio’s zijn, die sommige als onrechtvaardig zien. Het werd een thema voor de recente Tweede Kamerverkiezingen. Regio’s proberen hier op in te spelen door te lobbyen in Den Haag. De manier waarop ze zich daar positioneren en welke strategieën ze daarvoor gebruiken, is echter nog onbekend. De hoofdvraag luidt daarom: Op welke manier verhoudt de positionering van Nederlandse provincies zich tot hun lobby richting ‘Den Haag’? Door middel van interviews met Public Affairs-adviseurs (in de volksmond ‘lobbyisten’) en beleidsdocumenten van verschillende provincies is geanalyseerd op welke manier provincies zich positioneren en waarom ze bepaalde strategieën daarvoor gebruiken. Er zijn verschillende manieren om naar regionale welvaartsontwikkeling te kijken. Enerzijds het principe waarbij iedere regio even welvarend zou moeten zijn (homogeen), en anderzijds het principe waarbij verschillen tussen regio’s evident zijn (heterogeen). De afgelopen decennia zijn er in Nederland een aantal groeikernen ontstaan (Schiphol, Brainport) die de welvaart voor heel Nederland flink hebben doen toenemen, maar waardoor er ook verschillen zijn ontstaan tussen regio’s. Heterogeen beleid heeft de afgelopen jaren de overhand gehad. De verwachting was dat provincies buiten de Randstad zich zouden positioneren met homogeen beleid, omdat zij zich richten op het rechttrekken van scheefgroei tussen regio’s. Groeikernen zoals Noord-Brabant en Utrecht focussen in hun lobby naar verwachting juist op heterogeen beleid, zodat de investeringen in hun regio blijven. Deze verwachtingen kwamen beide uit. Dit kan bewerkstelligt door middel van top-down beleid, waarbij het Rijk de regie heeft over regionaal beleid, of bottom-up beleid waarbij de regio zelf autonoom beleid kan uitvoeren. Alle geanalyseerde provincies geven aan dat het Rijk nu aan zet is om de regie te nemen op regionaal beleid. Alleen Limburg koos voor een positionering met zowel bottom-up als top-down beleid. Volgens respondenten komt dit door de politieke spanning die op dit moment op het regionaal beleid heerst, het is daarmee makkelijker om iets van het Rijk te vragen. De verwachting was dat provincies buiten de groeikernen hun lobbyboodschap op een negatieve manier zouden brengen, en met een directe, aanvallende en samenwerkende lobbystrategie. Zij lobbyen immers voor een verandering in regionaal beleid, waar volgens de literatuur deze strategieën bij horen. Provincies met groeikernen lobbyen naar verwachting juist een positieve boodschap en een indirecte, verdedigende solo-lobbystrategie om het huidige regionale beleid omtrent investering in groeikernen te behouden. Dit onderzoek wijst uit dat de frames en strategieën niet verschillen per provincie, maar iedereen een negatief frame gebruikt met een directe, aanvallende en samenwerkende strategie. De hoofdconclusie is dat regio’s verschillende doelen en positioneringen hebben, maar deze positioneringen geen invloed nebben op de framing en strategieën van de provincies in lobby richting Den Haag. Door de politieke spanning omtrent regionaal beleid lobbyen de regio’s met een negatief frame en directe, aanvallende en samenwerkende strategie. Regio’s positioneren zich wel verschillend afhankelijk van hun geografische ligging, maar het regionale beleid in Den Haag staat onder dusdanige spanning volgens respondenten dat iedere regio hetzelfde soort frame en strategie kiest. Daarnaast heeft dit onderzoek inzicht geboden in de dynamiek van de provinciale lobby’s. Hieruit volgt de aanbeveling dat het voor provincies zo vroeg mogelijk moeten signaleren wanneer de politieke spanning op een dossier stijgt, om zo vroeg mogelijk een directe, aanvallende en samenwerkende strategie in te zetten. Daarnaast is het advies om zo vaak mogelijk een coalitielobby op te zetten. Politici zijn ontvankelijker voor de boodschap als het van meerdere stakeholders komt. Samen sta je sterker in de lobbywereld. Vervolgonderzoek zou zich met name kunnen richten op de nieuwe trends in het regionale beleid van Nederland en de lobbystrategieën van provincies in zijn algemeenheid.

Kuitert, L., Albareda Sanz, A.
hdl.handle.net/2105/75505
Public Administration
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Koeijmans, P.P. (2024). De regiolobby: een onderzoek naar de verschillende Haagse lobby's van de Nederlandse provincies. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/75505