In een tijd waarin de geopolitieke spanningen toenemen, wordt desinformatie steeds vaker ingezet als wapen. In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe mbo-studenten weerbaar kunnen worden gemaakt tegen desinformatie. Studenten met een mbo-achtergrond vormen hierbij een relatief kwetsbare doelgroep: zij maken, net als andere jongeren, bovengemiddeld gebruik van sociale media als nieuwsbron, maar ontvangen minder vaak onderwijs in kritisch denken over informatiebronnen. Daarom ontwikkelden De Kiesmannen, in samenwerking met de Atlantische Commissie en het Ministerie van Defensie, het educatieve lesprogramma Nederland in de NAVO. Dit lesprogramma bestaat uit interactieve shows voor mbo-studenten, waarin het bondgenootschap, hybride dreigingen en de rol van desinformatie op toegankelijke wijze worden behandeld. De shows zijn gegeven op tientallen mbo-instellingen door het hele land, met een landelijke spreiding. In totaal zijn 105 kleinschalige lessen uitgevoerd, waarmee ruim 4000 studenten direct zijn bereikt. Het hoofddoel van het programma was het informeren en activeren van mbo-studenten rondom NAVO-gerelateerde thema’s, met speciale aandacht voor het vergroten van weerbaarheid tegen desinformatie. Deze scriptie onderzoekt in hoeverre het lesprogramma Nederland in de NAVO, ontwikkeld door De Kiesmannen in samenwerking met het Ministerie van Defensie, daadwerkelijk bijdraagt aan de weerbaarheid van mbo-studenten tegen desinformatie. De interventie bestond uit een interactief spel op basis van de inoculatietheorie, waarmee deelnemers een ‘injectie’ krijgen met een verzwakte versie van desinformatie, waardoor zij cognitieve afweermechanismen ontwikkelen en immuun worden voor toekomstige pogingen tot misleiding. Dit programma bouwt hierop voort door niet desinformatie-narratieven te ontkrachten, maar de mbo-studenten zelf desinformatie te laten maken, waardoor zij een algemene bescherming ontwikkelen tegen uiteenlopende vormen van misleiding. Dit is essentieel in de huidige tijd, waarin desinformatie zich snel aanpast en verandert. Aansluitend wordt informatie op constructivistische wijze overgedragen aan de mbo-studenten, in lijn met de humoristische en laagdrempelige aanpak die De Kiesmannen kenmerkt. Om te testen of deze interventie effectief is en de hoofdvraag te beantwoorden, is gebruikgemaakt van een quasi-experimentele onderzoeksopzet met een controlegroep en pre- en posttest. De resultaten tonen aan dat de weerbaarheid van zowel de controle als de treatmentgroep significant is toegenomen, zowel op alle losse domeinen zoals kennis, herkenning en zelfvertrouwen, als op de samengestelde schaal die ‘weerbaarheid tegen desinformatie’ wordt genoemd. Op deze samengestelde schaal is tussen pre- en post test een significante toename tegen desinformatie geconstateerd, Deze had een gemiddeld effect. Wat binnen inoculatiestudies als zeer impactvol wordt ervaren. Vergelijking tussen de groepen wijst uit dat de interventie zorgt voor een iets hogere toename dan bij de controlegroep, maar dat dit verschil niet significant is. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat de controlegroep bijna net zulke significante toenames laat zien in weerbaarheid tegen desinformatie als de treatment groep. Dit is moeilijk te verklaren aangezien er slechts vijftig minuten tussen de pre- en posttest zat. Mogelijk heeft dit te maken met onderzoeksopzet van de controlegroep. De grootste beperking van dit onderzoek is dan ook de opzet, samenstelling en vergelijkbaarheid van de controlegroep. De controle- en treatmentgroep weken significant van elkaar af op leeftijd en opleidingsniveau. Aansluitend is er het vermoeden, hoewel onbevestigd, dat de docent die het experiment met de controlegroep heeft uitgevoerd, een mediawijsheid-gerelateerde les heeft gegeven, ofwel de uitwerkingen samen heeft besproken. Ondanks de expliciete instructies om het reguliere lesprogramma te faciliteren. Bij de controlegroep zien we bovendien dat waarheidsgetrouwe bronnen vaker als desinformatie worden aangeduid, iets wat niet strookt met bestaande literatuur over de effecten van inoculatie-interventies. De aanbevelingen van dit onderzoek zijn dan ook om vervolgonderzoek op te zetten met daarin een grotere steekproef en controlegroep. Aansluitend hieraan moeten er strengere onderzoeksprocedures worden gehanteerd waarbij de onderzoeker aanwezig is bij het afnemen van de experimenten, om de invloed van externe factoren te beperken. Wat betreft de praktische bestuurskundige implementatie blijkt uit dit onderzoek dat kortdurende, interactieve lesprogramma’s zoals Nederland in de NAVO voorzichtig potentie hebben om de weerbaarheid tegen desinformatie onder jongeren te vergroten. Om dit potentieel optimaal te benutten, is het van belang dat dergelijke interventies niet als eenmalige sessies worden aangeboden, maar worden ingebed in een breder leertraject. Daarnaast is een geïntegreerde beleidsaanpak noodzakelijk. Dit vereist intensieve samenwerking tussen het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en het Ministerie van Defensie. Alleen via interdepartementale samenwerking kunnen interventies tegen desinfomratie en bredere hybride dreigingen structureel worden verankerd in beleid dat zich bevindt op het snijvlak van onderwijs, veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid. Dit is essentieel in het grijze 4 domein waarin hybride dreigingen zich bevinden, en om Nederland een stukje veiliger te maken, door ons te wapenen tegen leugens.

Kanas, A.M., Boonstra, B.
hdl.handle.net/2105/78028
Public Administration
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Beene, M.J.J. (2025). Wapens tegen leugens - De effectiviteit van het lesprogramma ‘Nederland in de NAVO’ in het
versterken van weerbaarheid tegen desinformatie onder MBO
studenten. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/78028