In de palliatieve zorg werken steeds vaker meerdere organisaties samen in netwerken die vallen onder de zorgwetten Wmo, Wlz en Zvw. In deze netwerken groeit de behoefte aan zicht op impact, maar het meten daarvan blijkt in de praktijk complex. Deze scriptie onderzoekt in hoeverre drie theoretische benaderingen, de Logical Framework Approach (LFA), Normalization Process Theory (NPT) en de Theory of Change (ToC), geschikt zijn om impact van netwerksamenwerkingen in de palliatieve zorg te meten. Op basis van dertien interviews met netwerkcoördinatoren, beleidsmakers en adviseurs, aangevuld met documentanalyse van interne stukken, is een thematische analyse uitgevoerd. De drie theorieën dienden daarbij als analytische lens, niet als toegepaste methodiek. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de drie theorieën momenteel expliciet wordt toegepast. Toch zijn in de praktijk elementen herkenbaar die aansluiten bij vooral ToC en NPT. LFA blijkt nauwelijks werkbaar in netwerken, vanwege de nadruk op SMART-doelstellingen en planmatige sturing, die slecht aansluiten bij de informele en vrijwillige aard van netwerksamenwerking. NPT biedt gedeeltelijk aansluiting, vooral op het gebied van gedeeld begrip en betrokkenheid, maar mist structurele inbedding. ToC sluit het beste aan, met ruimte voor betekenisgeving, gezamenlijke reflectie en leerprocessen, al wordt deze benadering zelden systematisch toegepast. Daarmee laat het onderzoek zien dat de effectiviteit van evaluatie niet primair ligt in het instrument zelf, maar in de mate waarin het aansluit bij de context, taal en werkwijze van betrokken professionals. Respondenten ervaren bestaande instrumenten als complex, top-down of onvoldoende bruikbaar in de praktijk. Er is vooral behoefte aan eenvoudige, toegankelijke instrumenten die samenwerking en reflectie ondersteunen in plaats van controleren. Daarnaast blijkt uit het onderzoek een kloof in taalgebruik tussen beleidsmatige termen, zoals KPI’s en outcome-sturing, en de ervaringsgerichte beleving van zorgprofessionals. Op basis van deze bevindingen worden aanbevelingen gedaan voor de praktijk. Zo wordt geadviseerd om eenvoudige, praktijkgerichte evaluatie-instrumenten te ontwikkelen die aansluiten bij de taal en werkpraktijk van zorgverleners. Ook wordt aanbevolen om impactmeting structureel te verankeren in netwerkoverleggen en subsidieregelingen, met nadruk op leren in plaats van verantwoorden. Ten slotte wordt ingezet op cultuurontwikkeling: versterk gezamenlijke leerprocessen en zorg voor herkenbare, laagdrempelige evaluatievormen. Voor de wetenschap biedt het onderzoek aanknopingspunten voor vervolgstudies, bijvoorbeeld naar hoe participatieve evaluatievormen beter kunnen worden ingebed in netwerken, of hoe verschillen in taal en framing tussen beleidsmakers en zorgprofessionals kunnen worden overbrugd. Ook wordt aanbevolen om de effectiviteit van LFA, NPT en ToC te vergelijken in netwerken waar deze modellen daadwerkelijk worden toegepast.

Van Thiel, S., Warsen, R.
hdl.handle.net/2105/78081
Public Administration
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Visser, C.P. (2025). Succesvolle netwerksamenwerking in de zorg. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/78081