2025-02-28
Burgerparticipatie bij de totstandkoming van opvanglocaties in de gemeente Zwijndrecht
Publication
Publication
In de afgelopen drie jaar hebben veel gemeenten te maken gekregen met een huisvestingsopgave betreffende een groot aantal (Oekraïense) asielzoekers. Hierbij hebben zij de balans moeten vinden tussen wensen van de landelijke overheid en de inwoners van haar gemeente. Rekening houdend met het draagvlak voor asielopvang en het vertrouwen in de gemeente is het belangrijk om inwoners te betrekken bij dit proces. Bestaande literatuur wijst er op dat de ervaren procedurele rechtvaardigheid een bijdrage kan leveren aan het draagvlak voor asielopvang in gemeenten, waarbij de ‘eerlijkheid` van het proces mogelijk zelfs belangrijker is dan de uitkomst. In de gemeente Zwijndrecht zijn in 2024 twee opvanglocaties geopend: één voor Oekraïners in december (Zwijndrecht, 2024a) en één voor reguliere asielzoekers in april 2024 (Zwijndrecht, 2024b) . Wegens dit onderscheid in verschillende groepen asielzoekers is ook besloten om te onderzoeken of een verschil in ervaren vrijwilligheid, empathie en houding richting asielzoekers invloed hebben op beleidsacceptatie. Dit heeft geleid tot de volgende onderzoeksvraag: In hoeverre hebben ervaren procedurele rechtvaardigheid en de perceptie van asielzoekers onder de inwoners van de gemeente Zwijndrecht invloed op de beleidsacceptatie betreffende de komst van asielopvang in de gemeente? Om hier een antwoord op te kunnen geven is een enquête uitgezet onder directe omwonenden en andere belanghebbenden binnen de gemeente. In totaal zijn hier 176 bruikbare responses uit voortgekomen. Deze data is vervolgens geanalyseerd middels SPSS, waarbij naast de beschrijvende statistiek een Welch Anova en een meervoudige regressie zijn uitgevoerd. Uit de meervoudige regressie, op basis waarvan de hoofdvraag is beantwoord, is gebleken dat de ervaren procedurele rechtvaardigheid niet significant van invloed is op de mate van beleidsacceptatie. Bij de perceptie van asielzoekers blijken de deelcomponenten ‘empathie (voor asielzoekers)` en ‘de ervaren vrijwilligheid (van de komst van asielzoekers naar Nederland)` wel significant van invloed op de mate van beleidsacceptatie. Naast het beantwoorden van de hoofdvraag is in de resultaten ook onderzocht of de respondenten overeenkomen op basis van demografische kenmerken (leeftijd, gender & opleidingsniveau) of inhoudelijke kenmerken (ervaren procedurele rechtvaardigheid, empathie voor asielzoekers, ervaren vrijwilligheid van de komst van asielzoekers naar Nederland en attitude richting asielzoekers). Voor beide cases zijn de respondenten gesplitst in twee groepen: lage beleidsacceptatie (1-3,99 o.b.v Likertschaal van 1-7) en hoge beleidsacceptatie (4-7). Vervolgens is middels een Welch’ Anova onderzocht of bij deze splitsing significante verschillen op basis van de bovenstaande demografische- en inhoudelijke kenmerken merkbaar zijn. Op basis van deze analyse is het onderscheid gemaakt tussen twee groepen: Groep 1) Ziet de huidige situatie als een instroomcrisis (asielzoekers, in mindere mate Oekraïners komen hier vrijwillig), lage beleidsacceptatie, lage ervaren procedurele rechtvaardigheid, minder empathie voor asielzoekers, gemiddeld lager opgeleid. Groep 2) Ziet de huidige situatie als een opvangcrisis (asielzoekers/Oekraïners komen hier onvrijwillig), hoge beleidsacceptatie, hoge ervaren procedurele rechtvaardigheid, veel empathie voor asielzoekers, gemiddeld hoger opgeleid. Groep 2 blijkt, in lijn met eerder onderzoek, oververtegenwoordigd bij participatie betreffende het onderwerp asielopvang (Van der Meer, 2016). Voor mogelijk vervolgonderzoek lijkt het belangrijk om de oorzaken en gevolgen van deze participatieve ongelijkheid bij asielopvangbeleid beter te begrijpen, hetgeen voor veel gemeenten een belangrijke rol kan spelen in de relatie met haar inwoners betreffende asielopvangbeleid. Op basis van de resultaten, conclusie en discussie zijn twee aanbevelingen opgesteld. Deze zijn specifiek gericht aan de gemeente Zwijndrecht, maar zijn ook breder toepasbaar op andere gemeenten die te maken hebben met een huisvestingsopgave. De eerste aanbeveling is om bij gevoelige onderwerpen als asielopvang in te zetten op het informeren van zoveel mogelijk inwoners, aangezien schriftelijk geïnformeerde inwoners in dit onderzoek aanzienlijk hoger scoren op beleidsacceptatie en ervaren procedurele rechtvaardigheid dan inwoners die geen brief hebben ontvangen. Hiervoor zijn drie opties aangeboden, variërend van lage kosten en een lagere dekkingsgraad (bijvoorbeeld sociale media) tot hoge kosten en een hogere dekkingsgraad (bijvoorbeeld het versturen van persoonlijke brieven en huisbezoeken). Gemeenten kunnen hierbij zelf per onderwerp de afweging maken welke optie het meest geschikt is. De tweede aanbeveling is om goed rekening te houden met de participatieve ongelijkheid bij bijeenkomsten omtrent asielopvang. In lijn met eerder onderzoek is ook gedurende deze scriptie gebleken dat bij participatie omtrent asielopvang de voorstanders oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van de verhouding binnen de gehele samenleving. Naast de aanbeveling om te experimenteren met gestructureerde dialogen, waarbij voorstanders en tegenstanders onder toezicht van de gemeente samen hun argumenten kunnen bespreken, wordt ook aangeraden om burgers waar mogelijk invloed te laten hebben op het beleid of hen heel duidelijk te informeren waarom niet kan worden afgeweken van bepaalde keuzes.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Eshuis, J., Albareda Sanz, A. | |
| hdl.handle.net/2105/78090 | |
| Public Administration | |
| Organisation | Erasmus School of Social and Behavioural Sciences |
|
Kreukniet, P. (2025). Burgerparticipatie bij de totstandkoming van opvanglocaties in de gemeente Zwijndrecht. In Public Administration.http://hdl.handle.net/2105/78090 |
|