Deze studie onderzoekt de implementatie van professionaliseringsinterventies aan de hand van een realistische evaluatie. Volgens het ICMO-Model van Pawson en Tilley (1997) is onderzocht hoe gedeelde waarden, prikkels en relaties de effectiviteit van professionaliseringsinterventies beïnvloeden. Binnen de context van federatieve organisaties die berusten op vrijwillige inzet is gekeken naar collectieve-, organisatorische- en systematische professionalisering. Er is een casestudy uitgevoerd binnen Reddingsbrigade Nederland (RN), waar de implementatie van de Code Lifeguarding (CL) - een kwaliteitsrichtlijn voor Lifeguarding langs de kust – is onderzocht. Door middel van documentanalyse en semigestructureerde interviews is de invloed van de mechanismen geanalyseerd op centraal, decentraal en operationeel niveau. De resultaten geven weer dat de invloed van de mechanismen per professionaliseringsdimensie verschilt. Door een gebrek aan samenwerking, vertrouwen en uiteenlopende visie wordt de effectiviteit van prikkels beperkt. Uniformering en centrale sturing stuiten op weerstand vanwege de verenigingscultuur en autonomie van reddingsbrigades. De beperkte sturingsmogelijkheden verhogen daardoor de druk op gedeelde waarden en relaties. De uitkomsten van dit onderzoek bieden aanknopingspunten voor beleidsontwikkeling gericht op verdere professionalisering en positionering. Daarmee wordt bijgedragen aan beleidsontwikkeling binnen RN en vergelijkbare organisaties.

Mascini, P., Braster, J.F.A.
hdl.handle.net/2105/78147
Sociology
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Van der Spek, M.T. (2025). Evaluatie van professionaliseringsinterventies binnen de gefedereerde vrijwilligersorganisatie Reddingsbrigade Nederland. In Sociology.http://hdl.handle.net/2105/78147